Tagarchief: noedels

Lentestamppot en 6 andere gerechten met postelein

Lentekriebels hier: ik heb zo’n zin in groene blaadjes! Wintergroenten zijn heerlijk, maar ik kan intens gelukkig worden van lentespinazie en de eerste raapsteeltjes. In afwachting daarvan is er gelukkig toch al wel het een en ander te plukken in m’n tuin. De barbarakruid weet van geen ophouden, de zuring en hondsdraf maken alweer vers blad, en een vriendin wees me op klein veldkers tussen de crocussen. Smaakt ongeveer als waterkers, maar is veel kleiner. Ik ben dol op sla die je niet hoeft te kopen of te zaaien 😉 En gelukkig is er ook nog steeds postelein, die ik gewoon per ons kan aanschaffen bij de Ekoplaza of direct bij de boer via mijn streekkruidenier

postelein

Er zijn twee soorten postelein, zomer- en winterpostelein. Ik heb het nu over winterpostelein, Claytonia perfoliata (maar als je hoogzomer stamppot wilt maken met zomerpostelein: dat gaat prima). Voor de volledigheid: de officiële naam van zomerpostelein is Portulaca oleracea. Dat u het weet.

En als ik dan toch aan het uitleggen ben: natuurlijk zijn er tegenwoordig mensen die beweren dat postelein een superfood is. Helaas: alleen als je het vergelijkt met een witte boterham of zo. Ja, er zit per calorie veel vitamine C, kalium en fosfor in, maar die hoeveelheden zijn vergelijkbaar voor broccoli en spinazie. Hoe ik dat weet? Dankzij de voedingswaardetabel. Wat trouwens ook niet waar is: dat je voorzichtig moet zijn met nitraathoudende (blad)groente. Nergens voor nodig, het oude advies van niet-vaker-dan-twee-keer-per-week is achterhaald. Lees hier de info van het Voedingscentrum.  

Laatste weetje: heb je de groene blaadjes in het logo van Alles zelf maken gezien? Juist: dat is postelein. Tijd voor een paar recepten! 

potje op krijt

1. Posteleinsalade

Postelein vind ik rauw of bijna rauw het lekkerst, dus eerst maar eens een salade. Ik combineer het in deze tijd van het jaar graag met wortel en fijngesneden kool. De salade op de foto is afgemaakt met pompoenpitjes, sesamzaad en rozijntjes, met een beetje citroensap, drupje sesamolie, en wat zout. Verse salade, in februari. Met seizoensgroente uit de streek. Ha.

(In gedachten maak ik even een lange neus naar Albert Heijn, die zoete aardappel uit de VS verkoopt als seizoensgroente ‘vers van het land’. Nieuwsgierig? Dat verhaal lees je hier.)

postelein-sla

Rauwe postelein is vrij knapperig, en combineert daarom erg goed met dingen die een zachte structuur hebben. Peulvruchten bijvoorbeeld. Of gebakken champignons. Zoals deze salade: knoflookchampignons met gekookte linzen, venkel en postelein (en wat tomaat, maar daar kun je zonder.) En… (tromgeroffel) zelfgemaakte bitterballen van een kliekje wortelstamppot. Ja, echt. Vet hé. 

bitterballen-van-wortelstamp-met-posteleinsalade

2. Als bijgerecht, met spekjes en prei

Dit is een winner. Bak een paar spekjes. Lekkere, dat is essentieel – niet dat zoute spul met rookaroma waar het water uit loopt als je het verhit. Pancetta van de slager is ook lekker, maar komt uit Italië. En we hebben hier in Nederland 12 miljoen varkens. Waarom zou je dan Italiaans spek eten? 

In ringen gesneden prei erbij, laten stoven tot de prei gaar is, zacht en zoet. In een schaal, of op je bord, omscheppen met rauwe postelein. 

Op de foto met feta, Arabisch flatbread (van de Turkse super in dit geval), bietenhumus en geprakte wortel naar een recept van Yotam Ottolenghi. Zelfde recept, andere invulling: het postelein-preimengsel door gare pasta scheppen met een scheutje room en geraspte oude kaas. 

postelein met worteldip, prei en humus

3. Door de soep

Traditioneel werd van de eerste lenteblaadjes een kruidensoep gekookt. Coquinaria, een heerlijke site met historische recepten, geeft een negentiende-eeuws recept met postelein. Zelf at ik ooit een soep die nog het meest lijkt op dit recept – maar in de praktijk maak ik meestal een rondje-door-de-koelkast-soep waar ik op het allerlaatste moment, dus als het al in de kom zit, groene blaadjes doorheen schep. Postelein, snijbiet, rucola, raapsteeltjes: you name it. Linzensoep, Thaise soep met groene curry-pasta en champignons, knolselderij-pastinaaksoep: een hand groene blaadjes is altijd goed. Al is het maar voor de foto.

linzensoep

Linzensoep met snijbiet

4. Op een broodje makreel

Ik at laatst een broodje makreel en was in gedachten ineens terug bij de visboer waar ik vroeger soms ging lunchen met collega’s, een leven geleden toen ik nog een kantoorbaan had. De reclameborden aan het plafond, de ongemakkelijke caféstoeltjes, de beugelglimlach van de broodjessmerende scholier – het was alsof ik er gisteren nog was. Niet dat ze daar postelein in de broodjes makreel deden: die kwamen met mandarijntjes uit blik. Geen idee waarom mijn hoofd die link ineens legde – maar dat weet je toch nooit.

Op mijn zelfgemaakte broodje makreel zat wel postelein, een lik mayo en fijngesneden bleekselderij. En dat gaat prima samen, ook zonder broodje. Mandarijntjes kunnen erbij, maar liever nog wat sinaasappel. Of – voor de bitterliefhebbers onder ons – grapefruit. 

5. Posteleinrisotto

Ook dat kan, natuurlijk. Maak risotto, traditionele met arboriorijst en kaas, en roer er op het allerlaatst een flinke hoeveelheid fijngesneden postelein door. Schijnt ook heel lekker te zijn met brandneteltoppen. Risotto moeilijk? Welnee! Mijn stuk over risotto kun je hier lezen

6. Postelein Asian style, met noedels & kiemgroente

Kook noedels zo goed als gaar. Check de verpakking, sommige soorten moeten echt koken, andere alleen even weken. Snij een rode ui in ringen, hak een teen knoflook fijn, rasp wat verse gember. Snij wat Chinese kool fijn (of broccoli, paksoi, courgette of boontjes – net wat er aan stevige groente is.) 

Fruit ui, knoflook en gember in een hete wok. Doe de Chinese kool er bij, en een drupje sojasaus. Roerbak kort, tot de kool bijna beetgaar is. Schep de noedels erdoor en bak nog even mee. Schep van het vuur af de postelein en een hand kiemgroente erdoor en breng op smaak met sojasaus, citroensap en als je het in huis hebt mirin, zoete Japanse rijstwijn. 

Even over kiemgroente: ik vind die leuk. Tuinieren op je aanrecht is het, magie onder een theedoek. Hoe een handvol droge zaden in een paar dagen een levendige boel wordt. Prachtig. En voor de alfalfa-haters: de andere soorten zijn lekkerder. Echt.

Maar die lentestamppot dan? 

Dat recept zette ik in 2012 al eens op het blog, dat toen nog “Mama kookt” heette en zo ongeveer 5 lezers had. Je kunt het hier nalezen. Ik maak ‘m nog steeds zo. 

Bami met… boerenkool?

Noedels met groente is één mijn van mijn favoriete snel-klaar-altijd-lekker combi’s. Bami, zeg maar – maar dan met veel meer groenten en veel minder bami. Ideaal voor drukke dagen, en bijna alles kan er in. Boerenkool bijvoorbeeld – en alle andere soorten groene blaadjes. Reepjes koolrabi of andere kolen. Tomaten. Aubergine. Radijs. Boontjes. Echt, ik heb nog geen enkele groente gevonden die niet lekker is met noedels. 

noedels met boerenkool

Ik was van plan om de versie hier op de foto afgelopen dinsdag te maken op de wekelijkse Lekker van ’t land lunchworkshop op de Ulebelt – maar toen ging de krukassensor van onze auto raar doen en had ik geen vervoer voor mijzelf & de potten en pannen. Wat zou het zijn, een krukassensor? Mooi scrabblewoord is het in ieder geval. 

Anyhoe, om niet bij de pakken neer te gaan zitten maakte ik een filmpje, live via Periscope vanuit mijn eigen keuken. Mijn eerste kookworkshop online! Het was leuk om te doen, maar de opname is zo beroerd dat ‘ie niet bewaard hoeft voor het nageslacht. Maar ik ga het zeker nog een keer doen! Als je live wil meekijken, volg me dan op Twitter, dan zie je vanzelf een linkje langskomen. 

Maar, dus: noedels. Ik schreef eerder al een stukje over hoe ik al aanrommelend noedelgerechtjes maak. Vandaag een iets specifieker recept. Met boerenkool, want dat is in het seizoen, lekker, en zo gezond dat het tegenwoordig een superfood mag heten. 

Wat gaat er in?

  • olie voor in de wok
  • knoflook, geplet en fijngehakt
  • stukje gember, geraspt
  • chiliflakes of verse rode peper
  • boerenkool, per persoon ongeveer 2 ons schoongemaakt gewicht
  • handje champignons per persoon, in stukjes of helften
  • sojasaus (ik gebruik meestal tamari, een nogal zoute Japanse saus die vrije sterk van smaak is. Ketjap zou ik zelf niet doen, dan wordt het al snel te zoet.)
  • rode ui, in ringen
  • noedels. Ongeveer de helft minder dan dat je denkt nodig te hebben.
  • citroensap, of een halve citroen om uit te knijpen
  • evt.: sesamolie, sesamzaadjes, cashewnootjes, kiemen

Bereidingswijze

  • Snij de boerenkool van de nerven, en snij het blad in stukjes. Was grondig, en maak droog in een saladespinner (of met een theedoek). Kurkdroog hoeft niet, maar als de boerenkool te nat is gaat het stoven en kun je niet roerbakken. Overigens: boerenkool uit een zakje kan ook, maar waarom zou je? Verse is, nou ja, vers  – en zoveel tijd kost het schoonmaken nou ook weer niet als je geen tien monden hebt te voeden.
  • Maak je noedels klaar, meestal is dat een kwestie van even weken in heet water en dan afgieten – volg de instructies op de verpakking. Mocht je ze nou per se zelf willen maken: dit lijkt me een goed recept
  • Zet je wok (of koekenpan) aan als alles voorgesneden klaar staat. Meestal is dit het moment dat ik begin te roepen dat de tafel gedekt kan worden. 
  • Doe olie in de hete pan, en de gember & knoflook. Laat even bakken, en voeg dan de champignons toe, en zoveel rode peper of chiliflakes als jij lekker vindt. Als het te hard gaat en de knoflook dreigt te verbranden kun je een scheutje water toevoegen.  
  • Als de champignons vocht beginnen los te laten zijn ze zo ongeveer gaar, en kan de boerenkool erbij. Voeg nu ook een flinke scheut sojasaus toe. 
  • Na een paar minuutjes kunnen nu ook de noedels erbij, en de rode ui. Schep om, en proef of je gerecht genoeg smaak heeft – voeg evt. nog wat sojasaus of rode peper toe. Ik vind het lekker om wat citroensap eroverheen te sprenkelen, dat maakt het geheel wat frisser. Sesamolie (de donkere versie, van geroosterde pitjes) is er ook heel fijn bij. 
  • Voor een extra superfood-touch of gewoon voor het lekker maak je je gerecht aan tafel af met (ongezouten, ongebrande) cashewnootjes, sesamzaadjes (bevatten superveel calcium!) en verse kiemen. De mijne kwamen uit een doosje van de Ekoplaza, maar het is ook heel leuk om je eigen kiemenkwekerijtje te starten. 

Aanstaande dinsdag maken we op de lunchworkshop risotto van parelgerst: orzotto in het Italiaans. Een recente ontdekking, ik vind het superlekker, en dat wil ik graag met jullie delen. Meedoen of meer weten? Lees hier meer!

Aanrommelnoedels

  noedels met tempeh Noedels en zo waren de laatste hordes die ik nam in het proces van leren koken zonder zakjes en pakjes. De Europese keuken draaide ik m’n hand al lang niet meer voor om, maar voor Aziatische gerechten greep ik toch steeds terug op boemboe, van die natte kruidenmix in een zakje. Maar zo’n kruidenmix zelf maken is echt niet moeilijk. En toen ik eenmaal durfde te experimenteren bleek dat het voornaamste ingrediënt: lef. Gewoon proberen. Nou ja, dat en een aantal nieuwe spullen in m’n voorraadkast. En dan is er ineens zoveel meer mogelijk! Op de foto: rijstnoedels met aubergine, courgette & andijvie, met gemarineerde tempeh en een komkommerslaatje. Lekker man. Een Aziatisch gerecht met groente uit de buurt. Veel beter wordt het niet.

Disclaimer: mijn aanrommelversie van gerechten uit de Chinese/Indische/Thaise/Maleisische/enzovoorts keuken is natuurlijk absoluut niet authentiek, en volslagen onvergelijkbaar met de uitgebalanceerde recepten van mensen die hun hele leven in een bepaalde traditie hebben gekookt. Zoek je dat soort recepten? Het internet staat er vol mee, en er zijn kasten vol heel degelijke kookboeken geschreven waarin je dat soort informatie vindt. Lees, leer, en volg een stuk of wat (of veel) recepten. En probeer zelf ook eens wat!  Want als ik aan tafel zit maakt het me niet uit of het al dan niet authentiek is, ik wil vooral dat het lekker is. Proef, probeer, leer koken, wees vrij!  


In de voorraadkast: sauzen

Mijn experimenten in de Aziatische keuken begonnen bij de traditionele sauzen. Sojasaus in verschillende soorten, vissaus, oestersaus en sinds kort speel ik ook met gefermenteerde boontjes. Dit zijn sauzen waarmee je het umami, de hartigheid van een gerecht versterkt. Je hoeft niet allerlei soorten tegelijk in huis te halen: ik heb laatst mijn kast weer eens uitgemest, er is het één en ander op, en ik heb nu alleen tamari in huis, een krachtige donkere saus die gemaakt wordt van het vocht dat vrijkomt bij het fermenteren van sojabonen. Dat is wel erg summier hoor, ik moet weer eens dringend boodschappen doen. Mijn probleem daarbij is dat ik nog niet echt een goeie leverancier heb gevonden. Eerder haalde ik alles gewoon bij de Chinese toko (heerlijke winkel!) maar ook bij dit soort dingen vraag ik me tegenwoordig af waar het vandaan komt. Visvangst is these days natuurlijk problematisch, voor de teelt van niet-biologische sojabonen worden stukken regenwoud gekapt, en de meeste sojabonen die wereldwijd geproduceerd worden zijn genetisch gemanipuleerd. Nou moet het in Nederland in principe op het etiket staan als meer dan 0.9% van de gebruikte ingrediënten genetisch aangepast zijn (genetisch gemodificeerd staat er dan) – maar ik heb geen idee hoe betrouwbaar de informatie op de etiketten van geïmporteerde producten is. Als jij dat weet, lieve lezer: vertel het me in de comments. En bij de Ekoplaza vond ik vanmiddag verantwoord geproduceerde vissaus en oestersaus van OnOffSpices – ik zal laten weten hoe ze bevallen!

Hoezo saus uit een flesje?

Ik hoor het je denken: alles zelf maken, en dan begint ze over saus uit een flesje. Hoe zit dat? Goeie vraag. Dit soort sauzen kun je vergelijken met bijvoorbeeld kaas. Er zijn een aantal productiestappen aan te pas gekomen, die je met een beetje of een boel moeite thuis zou kunnen uitvoeren. Tolerante buren zijn ook een must trouwens: vissaus wordt gemaakt door visjes langdurig te laten fermenteren. Rotten dus, met andere woorden. En dat stinkt ruik je nogal. Maar goed: het zijn dus traditionele producten, zonder e-nummers of andere moderne toevoegingen, of productiestappen die uitsluitend in een fabriek gedaan kunnen worden. Maar, net als bij kaas: je moet het etiket goed lezen om te kijken of het flesje dat je in je hand hebt volgens de traditionele methode bereid is, of dat de fabrikant shortcuts heeft genomen. Voor de kant-en-klare woksauzen en zo geldt dat dus niet, daar z

Maar hoe maak je die dan, die aanrommelnoedels?

Voorbereiden:

  • Als je vlees, vis of een vervanger gebruikt: in stukjes snijden die klein genoeg zijn om in één hapje op te eten. Vlees, tofu en stevige vis kun je eventueel marineren in een mengsel van bijvoorbeeld sojasaus, sambal, citroensap, knoflook en eventueel wat olie (liefst een paar uur of een nacht van tevoren).
  • Kook water, en gaar de noedels volgens de aanwijzingen op de verpakking. Een kliekje rijst gaat ook prima, trouwens: dan heb je aanrommelrijst.DSC02519
  • Eerst de smaakmakers: snij een paar tenen knoflook, een uitje (liefst bosui of sjalot), en een stukje gember heel klein. Koriandersteeltjes kunnen ook, citroengras, pepertjes natuurlijk, en/of korianderzaadjes.
  • Snij je groente. Vrijwel alles kan er in: kool, courgette, aubergine, paprika, koolrabi, komkommer (ja echt geroerbakte komkommer is heel lekker!), wortel, witlof, prei, bloemkool, boontjes, champignons, paksoy, radijsjes die niet meer mooi genoeg zijn voor de sla, alle soorten groene blaadjes… enzovoorts. Het enige wat ik echt niet vind combineren is groenselderij – maar misschien denk jij daar wel anders over. Harde groente, die langer nodig heeft om gaar te worden snij je wat fijner, zachtere groentes wat grover. Zo is alles toch gelijk gaar. Hoeveel? Genoeg om alle buiken aan tafel te vullen. Minstens 200 gram per persoon, maar meer is beter, natuurlijk.
  • Zet alles klaar wat je verder nodig hebt: sojasaus voor de basis, vis-, oester- en/of bonensaus voor meer umami en zout. Iets zuurs: citroen- of limoensap, of rijst- of andere azijn. Iets zoets: honing, palm- of basterdsuiker, of gembersiroop. Iets pittigs: sambal, chiliflakes, verse peper. Ik heb bij gebrek aan beter ook weleens harissa (rode-peperpasta uit Marokko) en tabasco (pepersaus uit de VS) gebruikt. Eventueel: kokosmelk of -room, en maizena of pindakaas om te binden. En een glas water.

Koken:

  • Maak je wok (of grote koekenpan) heet.
  • Vlees, vis of vleesvervangers: even roerbakken, afblussen met een scheutje marinade als je dat hebt, en anders gewoon een scheut sojasaus. Geen extra zout toevoegen. Als je vlees of vis gebruikt die net aan gaar het lekkerst is maar wel flink wat hitte nodig heeft, zoals biefstuk of zalm: apart garen en opzij zetten. Als ik het in de pan laat terwijl de groente roerbakt wordt het op mijn huis-tuin-en keuken-4-pits-gasfornuisje te gaar, dat is zonde. Misschien dat het op een echte wokbrander wel lukt, dat de groenten dan sneller gaar zijn, dat weet ik niet. Vlees dat wat langer nodig heeft (varkenvlees, wat minder mals rundvlees, kip) of bijvoorbeeld tofu, kun je wel gewoon in de pan laten.

wok-kl

  • Smaakmakers in de pan, even aanbakken, dan de groente erbij. Soort voor soort, de hardste eerst, de zachtste als laatste als je het netjes wilt doen. Of alles ineens, dat doe ik meestal omdat het zoveel minder schaaltjes in
    de afwas oplevert. Alleen hele kwetsbare groene blaadjes hou ik apart, denk postelein, jonge spinazie, dat spul. Roerbakken, op hoog vuur, maar niet zo hoog dat de boel aanbrandt. Als het toch te hard gaat: scheutje water erbij om te blussen.
  • Scheut sojasaus erbij, wat sambal voor de hitte.
  • Schep nu de noedels erdoor, bak ze even mee.
  • Nu komt het leukste: op smaak brengen. Beetje spelen. De balans zoeken tussen zoutigheid, scherpte en de smaak van de ingrediënten. Groente zou in theorie moeten zorgen voor de bitterheid in het gerecht, maar jammer genoeg is die smaak er in veel moderne groente eruit gekweekt. Dat is heel jammer, want bitterstoffen zijn supergezond. Maar goed, je kunt natuurlijk altijd wat paardenbloemblad door je noedels doen. Lekker goedkoop ook nog! Vissaus & oestersaus zorgen voor meer umami, in weer een andere smaak dan de sojasaus. Als de boel te scherp is uitgevallen kun je wat zoet toevoegen, in de vorm van honing of suiker. Een beetje citroensap of een ander zuurtje zorgt voor wat frissigheid, maar dat is ook afhankelijk van je groente. Voorzichtig, te zuur is lastig repareren. Kokosroom geeft een licht zoetje, en romigheid natuurlijk, en verzacht te heftig uitgevallen smaken. Easy does it, er kan altijd meer bij. Proef, probeer – en hou op als de smaak naar je zin is. Echt.
  • Als je een plens dun kookvocht in de pan hebt, omdat je groenten veel vocht loslieten bijvoorbeeld, roer er dan een eetlepel pindakaas door. Dat bindt. Echt. (Of met wat koud water aangemaakte maizena natuurlijk, dat gaat ook.)
  • Proef nog eens, stel indien nodig de smaak nog wat bij, strooi er wat cashewnootjes of pinda’s over als je dat leuk vind… en klaar. Zet de sambal, de vissaus en de citroensap op tafel, dat doen ze in Thailand ook.

Klinkt als een boel werk, maar dat valt hartstikke mee. Groente snijden duurt nog het langst, vanaf het moment dat het fornuis aan gaat kun je tien minuten later aan tafel zitten.  

Weekmenu week 40

De week is alweer bijna voorbij, maar op de valreep toch nog een weekmenu.

Vrijdag: wieltjespasta met zalm, prei & paprika

Het was een geen-zin-om-te-koken-dag. Maar omdat ik ook al geen zin had in boterhammen met pindakaas én peuter altijd erg gelukkig wordt van wieltjespasta (sinds kort te koop bij de Appie) ging ik toch maar aan de slag.

Gelukkig ging dit lekker snel: in de tijd die de pasta nodig heeft om gaar te koken was de rest klaar.

  • Zet om te beginnen de kindjes voor Bob de Bouwer. Preitje & paprikaatje snijden, paar minuutjes fruiten in een beetje boter of olie. Verse zalm in stukjes snijden, en erbij.
  • Rouxtje maken (van boter en bloem), en daar saus van maken met wat melk en een schep van het kookwater van de pasta. Op smaak brengen met zout en een theelepel gedroogde dilletopjes.
  • Groente/vismengsel, saus en pasta door elkaar scheppen… en klaar is mama. Precies op  tijd voor eindtune van Bob de Bouwer.

Zaterdag: weekboodschappen en een roerbakje

Zaterdag deden we weekboodschappen, kijk maar:

 

Langs de biologische tuinderij, de molen, een fruitkweker en een zuivelboerderij met heuse koeien (die nu allemaal in de wei liepen, maar toch). Het wordt steeds gewoner, we waren in een dik uur weer thuis. Met in de tas: melk, karnemelk, yoghurt, boter, kaas, eieren, stoofvlees, soepvlees, spekjes, prei, chinese kool, uien, wortels, oesterzwammen, andijvie (niet op de foto), boontjes, knolselderij, appels, nog meer appels, appelmoes-appels, peren, stoofperen, framboosjes, 5 kilo bloem, en 2,5 kilo volkorenmeel. Alles bij elkaar net geen zestig euro.

En toen hadden we honger, en werd het alweer wat snels: een roerbakje met glasnoedels, rundergehakt, kool, boontjes, oesterzwammen en cashewnoten. Veel stappen, maar het is niet meer dan twintig minuutjes werk.

  • Snipper een ui. Hak een teen knoflook en een stukje gember fijn.
  • Maak een flinke handvol boontjes schoon, kook ze net niet beetgaar. Voeg glasnoedels toe aan het kokende water, en draai het gas uit. Na een paar minuten afgieten (staat op de verpakking, glasnoedels maken we vooralsnog niet zelf).
  • Rooster een handje rauwe cashews in een droge pan, zet apart.
  • Veeg de oesterzwammen met een papiertje schoon, scheur in grove stukken, en bak ze met wat ui even in de wok. Omscheppen met wat sojasaus & sesamolie.
  • Snij Chinese kool in reepjes. Wassen, en laat uitlekken in het vergiet.
  • Bak het gehakt met ui rul in de wok. (Is ook lekker met tofu, of een combinatie van een beetje gehakt en veel tofu.) Voeg de kool toe, en doe als de kool zo goed als gaar is de noedels & boontjes erbij. Op smaak brengen met sojasaus, oestersaus, vissaus, citroensap, sesamolie, etc… combineer al die oosterse saus-op-smaak-breng-goedjes zoals je lekker vindt. Gewoon proberen en proeven.
  • Schep van het vuur af de oesterzwammen en cashews erdoor, en klaar.

En de rest van de week

  • Zondag: stoofvlees met friet, sla en zelfgemaakte appelmoes, stoofpeertjes in druivensap toe
  • Maandag: andijvie-knolderijstamppot
  • Dinsdag: gevulde tomatensoep met zelfgebakken soepstengels
  • Woensdag: weet ik niet, manlief kookt
  • Donderdag: nasi met boontjes & ei
  • Vrijdag: restjesdag