Tagarchief: groente

bordje rauwkost

Bordje lekkers

Groenteweigerende kinderen. Zo ongeveer overal waar ik kom is het een onderwerp van gesprek. Dat snap ik, want ik heb er zelf ook twee van dat soort. Als het groen is (zeg groener dan een geschilde komkommer) of – oh gruwel- gekookt, dan wordt het standaard geweigerd. Er zijn naar het schijnt kinderen die houden van boontjes, die vrijwillig spinazie eten en die blij worden van stamppot boerenkool. Niet die van mij, helaas. Lees verder

Workshopprogramma september & oktober

En het workshopprogramma voor de komende maanden staat online! Nieuwe data voor de workshop Dagelijks vers koken, en twee nagelnieuwe workshops!

8 en 15 september, workshop Dagelijks vers kokenlogo nieuw

In drukke tijden toch lekker, vers én betaalbaar eten? Dat kan: door goed te plannen en slim te koken.
Een workshop van 2 avonden over de organisatie van je eten. Onderwerpen zijn o.a. weekmenu’s maken, slim inkopen en koken zonder recept. Beter eten, met minder stress!

Klik hier voor meer informatie over de workshop, en hier om je aan te melden.



24 september, workshop Meer groente in je eten
meergroenteinjeeten v3

Een nieuwe workshop over groente! Iedereen weet dat groente eten goed voor je is, maar bijna niemand krijgt genoeg binnen. In deze workshop leer in je één avond zoveel tips en trucs om meer groente in je maaltijden te verwerken dat je je nooit meer zorgen hoeft te maken over vitamientjes & vezels. Met recepten!

Klik hier voor meer info & aanmelden!


1 oktober, workshop Just eat it – voedselverspilling voorkomen

logo-webEen workshop voor iedereen die minder wil weggooien, beter wil leren koken met kliekjes, of die wil leren om ook de minder voor de hand liggende delen van de groente te gebruiken (wortelloofpesto anyone?)

Klik hier voor meer info & aanmelden!

 


5 en 12 oktober, workshop Dagelijks vers kokenlogo nieuw

In drukke tijden toch lekker, vers én betaalbaar eten? Dat kan: door goed te plannen en slim te koken.
Een workshop van 2 avonden over de organisatie van je eten. Onderwerpen zijn o.a. weekmenu’s maken, slim inkopen en koken zonder recept. Beter eten, met minder stress!

Klik hier voor meer informatie over de workshop, en hier om je aan te melden.

Aanrommelnoedels

  noedels met tempeh Noedels en zo waren de laatste hordes die ik nam in het proces van leren koken zonder zakjes en pakjes. De Europese keuken draaide ik m’n hand al lang niet meer voor om, maar voor Aziatische gerechten greep ik toch steeds terug op boemboe, van die natte kruidenmix in een zakje. Maar zo’n kruidenmix zelf maken is echt niet moeilijk. En toen ik eenmaal durfde te experimenteren bleek dat het voornaamste ingrediënt: lef. Gewoon proberen. Nou ja, dat en een aantal nieuwe spullen in m’n voorraadkast. En dan is er ineens zoveel meer mogelijk! Op de foto: rijstnoedels met aubergine, courgette & andijvie, met gemarineerde tempeh en een komkommerslaatje. Lekker man. Een Aziatisch gerecht met groente uit de buurt. Veel beter wordt het niet.

Disclaimer: mijn aanrommelversie van gerechten uit de Chinese/Indische/Thaise/Maleisische/enzovoorts keuken is natuurlijk absoluut niet authentiek, en volslagen onvergelijkbaar met de uitgebalanceerde recepten van mensen die hun hele leven in een bepaalde traditie hebben gekookt. Zoek je dat soort recepten? Het internet staat er vol mee, en er zijn kasten vol heel degelijke kookboeken geschreven waarin je dat soort informatie vindt. Lees, leer, en volg een stuk of wat (of veel) recepten. En probeer zelf ook eens wat!  Want als ik aan tafel zit maakt het me niet uit of het al dan niet authentiek is, ik wil vooral dat het lekker is. Proef, probeer, leer koken, wees vrij!  


In de voorraadkast: sauzen

Mijn experimenten in de Aziatische keuken begonnen bij de traditionele sauzen. Sojasaus in verschillende soorten, vissaus, oestersaus en sinds kort speel ik ook met gefermenteerde boontjes. Dit zijn sauzen waarmee je het umami, de hartigheid van een gerecht versterkt. Je hoeft niet allerlei soorten tegelijk in huis te halen: ik heb laatst mijn kast weer eens uitgemest, er is het één en ander op, en ik heb nu alleen tamari in huis, een krachtige donkere saus die gemaakt wordt van het vocht dat vrijkomt bij het fermenteren van sojabonen. Dat is wel erg summier hoor, ik moet weer eens dringend boodschappen doen. Mijn probleem daarbij is dat ik nog niet echt een goeie leverancier heb gevonden. Eerder haalde ik alles gewoon bij de Chinese toko (heerlijke winkel!) maar ook bij dit soort dingen vraag ik me tegenwoordig af waar het vandaan komt. Visvangst is these days natuurlijk problematisch, voor de teelt van niet-biologische sojabonen worden stukken regenwoud gekapt, en de meeste sojabonen die wereldwijd geproduceerd worden zijn genetisch gemanipuleerd. Nou moet het in Nederland in principe op het etiket staan als meer dan 0.9% van de gebruikte ingrediënten genetisch aangepast zijn (genetisch gemodificeerd staat er dan) – maar ik heb geen idee hoe betrouwbaar de informatie op de etiketten van geïmporteerde producten is. Als jij dat weet, lieve lezer: vertel het me in de comments. En bij de Ekoplaza vond ik vanmiddag verantwoord geproduceerde vissaus en oestersaus van OnOffSpices – ik zal laten weten hoe ze bevallen!

Hoezo saus uit een flesje?

Ik hoor het je denken: alles zelf maken, en dan begint ze over saus uit een flesje. Hoe zit dat? Goeie vraag. Dit soort sauzen kun je vergelijken met bijvoorbeeld kaas. Er zijn een aantal productiestappen aan te pas gekomen, die je met een beetje of een boel moeite thuis zou kunnen uitvoeren. Tolerante buren zijn ook een must trouwens: vissaus wordt gemaakt door visjes langdurig te laten fermenteren. Rotten dus, met andere woorden. En dat stinkt ruik je nogal. Maar goed: het zijn dus traditionele producten, zonder e-nummers of andere moderne toevoegingen, of productiestappen die uitsluitend in een fabriek gedaan kunnen worden. Maar, net als bij kaas: je moet het etiket goed lezen om te kijken of het flesje dat je in je hand hebt volgens de traditionele methode bereid is, of dat de fabrikant shortcuts heeft genomen. Voor de kant-en-klare woksauzen en zo geldt dat dus niet, daar z

Maar hoe maak je die dan, die aanrommelnoedels?

Voorbereiden:

  • Als je vlees, vis of een vervanger gebruikt: in stukjes snijden die klein genoeg zijn om in één hapje op te eten. Vlees, tofu en stevige vis kun je eventueel marineren in een mengsel van bijvoorbeeld sojasaus, sambal, citroensap, knoflook en eventueel wat olie (liefst een paar uur of een nacht van tevoren).
  • Kook water, en gaar de noedels volgens de aanwijzingen op de verpakking. Een kliekje rijst gaat ook prima, trouwens: dan heb je aanrommelrijst.DSC02519
  • Eerst de smaakmakers: snij een paar tenen knoflook, een uitje (liefst bosui of sjalot), en een stukje gember heel klein. Koriandersteeltjes kunnen ook, citroengras, pepertjes natuurlijk, en/of korianderzaadjes.
  • Snij je groente. Vrijwel alles kan er in: kool, courgette, aubergine, paprika, koolrabi, komkommer (ja echt geroerbakte komkommer is heel lekker!), wortel, witlof, prei, bloemkool, boontjes, champignons, paksoy, radijsjes die niet meer mooi genoeg zijn voor de sla, alle soorten groene blaadjes… enzovoorts. Het enige wat ik echt niet vind combineren is groenselderij – maar misschien denk jij daar wel anders over. Harde groente, die langer nodig heeft om gaar te worden snij je wat fijner, zachtere groentes wat grover. Zo is alles toch gelijk gaar. Hoeveel? Genoeg om alle buiken aan tafel te vullen. Minstens 200 gram per persoon, maar meer is beter, natuurlijk.
  • Zet alles klaar wat je verder nodig hebt: sojasaus voor de basis, vis-, oester- en/of bonensaus voor meer umami en zout. Iets zuurs: citroen- of limoensap, of rijst- of andere azijn. Iets zoets: honing, palm- of basterdsuiker, of gembersiroop. Iets pittigs: sambal, chiliflakes, verse peper. Ik heb bij gebrek aan beter ook weleens harissa (rode-peperpasta uit Marokko) en tabasco (pepersaus uit de VS) gebruikt. Eventueel: kokosmelk of -room, en maizena of pindakaas om te binden. En een glas water.

Koken:

  • Maak je wok (of grote koekenpan) heet.
  • Vlees, vis of vleesvervangers: even roerbakken, afblussen met een scheutje marinade als je dat hebt, en anders gewoon een scheut sojasaus. Geen extra zout toevoegen. Als je vlees of vis gebruikt die net aan gaar het lekkerst is maar wel flink wat hitte nodig heeft, zoals biefstuk of zalm: apart garen en opzij zetten. Als ik het in de pan laat terwijl de groente roerbakt wordt het op mijn huis-tuin-en keuken-4-pits-gasfornuisje te gaar, dat is zonde. Misschien dat het op een echte wokbrander wel lukt, dat de groenten dan sneller gaar zijn, dat weet ik niet. Vlees dat wat langer nodig heeft (varkenvlees, wat minder mals rundvlees, kip) of bijvoorbeeld tofu, kun je wel gewoon in de pan laten.

wok-kl

  • Smaakmakers in de pan, even aanbakken, dan de groente erbij. Soort voor soort, de hardste eerst, de zachtste als laatste als je het netjes wilt doen. Of alles ineens, dat doe ik meestal omdat het zoveel minder schaaltjes in
    de afwas oplevert. Alleen hele kwetsbare groene blaadjes hou ik apart, denk postelein, jonge spinazie, dat spul. Roerbakken, op hoog vuur, maar niet zo hoog dat de boel aanbrandt. Als het toch te hard gaat: scheutje water erbij om te blussen.
  • Scheut sojasaus erbij, wat sambal voor de hitte.
  • Schep nu de noedels erdoor, bak ze even mee.
  • Nu komt het leukste: op smaak brengen. Beetje spelen. De balans zoeken tussen zoutigheid, scherpte en de smaak van de ingrediënten. Groente zou in theorie moeten zorgen voor de bitterheid in het gerecht, maar jammer genoeg is die smaak er in veel moderne groente eruit gekweekt. Dat is heel jammer, want bitterstoffen zijn supergezond. Maar goed, je kunt natuurlijk altijd wat paardenbloemblad door je noedels doen. Lekker goedkoop ook nog! Vissaus & oestersaus zorgen voor meer umami, in weer een andere smaak dan de sojasaus. Als de boel te scherp is uitgevallen kun je wat zoet toevoegen, in de vorm van honing of suiker. Een beetje citroensap of een ander zuurtje zorgt voor wat frissigheid, maar dat is ook afhankelijk van je groente. Voorzichtig, te zuur is lastig repareren. Kokosroom geeft een licht zoetje, en romigheid natuurlijk, en verzacht te heftig uitgevallen smaken. Easy does it, er kan altijd meer bij. Proef, probeer – en hou op als de smaak naar je zin is. Echt.
  • Als je een plens dun kookvocht in de pan hebt, omdat je groenten veel vocht loslieten bijvoorbeeld, roer er dan een eetlepel pindakaas door. Dat bindt. Echt. (Of met wat koud water aangemaakte maizena natuurlijk, dat gaat ook.)
  • Proef nog eens, stel indien nodig de smaak nog wat bij, strooi er wat cashewnootjes of pinda’s over als je dat leuk vind… en klaar. Zet de sambal, de vissaus en de citroensap op tafel, dat doen ze in Thailand ook.

Klinkt als een boel werk, maar dat valt hartstikke mee. Groente snijden duurt nog het langst, vanaf het moment dat het fornuis aan gaat kun je tien minuten later aan tafel zitten.  

Sperziebonen

Het is een beetje over het randje, want het sperziebonenseizoen is toch echt wel voorbij ondertussen, maar ik wil dit recept graag nog even delen. Het is namelijk typisch zo’n gerecht waar je extra veel van maakt en dan twee keer van eet. En daar hou ik van, van zulke keukenefficiency.

Goed, komt-ie:

gestoofde-bonen2Sperziebonen in tomatensaus

  • ui, in ringen
  • sperziebonen, in stukjes van een paar centimeter
  • flink wat knoflook (ik had vier dikke tenen op een pond sperziebonen), geperst of – wat ik altijd doe – geplet en fijngehakt
  • verse tomaten, in stukjes gehakt, of tomatensaus
  • komijn
  • azijn
  • zout, peper

Laat je koekenpan heet worden, doe dan olie of boter in de pan. Bak de ui even aan. Hij hoeft niet bruin, hij hoeft niet zacht, maar laat ‘m net even bakken voor je de sperziebonen toevoegt. Dan dus de sperziebonen erbij, alweer: even laten meebakken. Dan kunnen de knoflook & de tomaten(saus) erbij. Zoveel tomaten dat de sperziebonen niet meer bakken maar stoven in het vocht.

Komijn erbij, een schepje. Of twee. Ik vind het lekker, dus ben er niet zuinig mee. Komijn kun je als poeder kopen, maar dat verliest vrij snel zijn geur. De hele zaadjes blijven duidelijk langer lekker. Even pletten in de vijzel, zodat de smaken goed loskomen, en dan bij de bonen.

Vuurtje laag, laten stoven tot de sperziebonen gaar zijn en er een mooi sausje ontstaat. Af en toe even controleren of er wat vocht bij moet (tomatensaus, water, bouillon, desnoods wei – net wat je hebt. En ik zal binnenkort eens een stukje schrijven over wei. Geweldig spul.)

Als de bonen gaar zijn op smaak brengen met zout en peper, en eventueel een scheutje azijn en wat extra olie. Eet ‘m warm, of koud. Zo, of gemengd met rauwkost (venkel combineert goed!) en/of een restje koude pasta en een lik mayo.