Tagarchief: groene blaadjes

10 tips voor een supersalade

Een tweede artikeltje in de nieuwe serie koken met concepten. Hoera! Over salade deze keer. Dat kwam zo: ik was een stukje over radijsjes aan het schrijven dat ontaarde in een verhaaltje over salade in-het-algemeen. Dus daarom: het concept salade – met 10 tips voor een supersalade.

Het concept salade: groente, vulling, dressing, versiering

10 tips supersalade

Salade begint natuurlijk met groente. De meeste mensen denken bij sla vooral aan groene blaadjes, maar laat dan die ijsbergsla lekker liggen en kies groen spul dat ergens naar smaakt. Gemengde sla uit de winkel is helemaal niet onaardig – maar het kan interessanter, en vooral stukken verser. 

Alle soorten eetbaar groen kunnen in je salade. Kropsla, veldsla, spinazie, raapsteeltjes, postelein, andijvie, rucola, zuring, blaadjes van Oost-Indische kers,  snijbiet, alle soorten tuinkruiden. Zaai groene blaadjes in je tuin, in een pot naast de achterdeur of desnoods in je vensterbank. (Tip: kwekerij De nieuwe tuin verkoopt hele leuke sla-mengsels voor ieder seizoen.) En voor mensen zonder groene vingers en mét een beetje tuin: een hoop soorten “onkruid” kunnen ook in de sla. In mijn eigen stadstuin pluk ik onder meer paardenbloemblad, hondsdraf, muur, knopkruid, veldkers en melde. Jonge blaadjes van de linde. Sla die je niet eens hoeft te zaaien. What’s not to love.  

Tip 1. Zaai groene blaadjes in je tuin, of in een pot naast de achterdeur – en leer wat er verder eetbaar is in je tuin

IMG_2688-0.JPG

Een salade met natte groene blaadjes wordt niks. Gewassen bladgroente maak je droog met een theedoek, of – sneller en beter – in een saladecentrifuge. Ik heb er één van de kringloop, was twee euro, in jaren-70-knaloranje. Tupperware, dus onverslijtbaar. Topding. 

Tip 2. Maak je ingrediënten droog 

Maar er kan natuurlijk veel meer aan groente in je salade. Naast de usual suspects (tomaat, komkommer, radijs) zijn er allerlei soorten groenten die je normaal kookt of bakt die heel goed rauw in je salade kunnen. Bloemkool & broccoli in miniroosjes. Biet, koolrabi, wortel, prei of asperges in flinterdunne plakjes. Fijngesneden kool (mits je rauwe kool kunt verteren natuurlijk) – en dat kan ook met spruitjes. 

Maak een rondje door je groentela. Alles wat er nog een beetje aanlokkelijk uitziet kan rauw in je sla: bijna alle groenten kunnen rauw worden gegeten. Voor zover ik weet zijn de grote uitzonderingen boontjes (want bevatten lecitine), groene delen van aardappels (bevatten de giftige stof solanine, en lijken me sowieso niet zo lekker…) en mogelijk aubergine en champignons en andere paddenstoelen (maar daar zijn de meningen over verdeeld). Enne… neem zoiets nooit uit één bron aan, ook niet als ik dat ben: bij twijfel Google raadplegen of gewoon niet doen.

Tip 3. Bijna alle groenten zijn rauw lekker

Maar rauw hoeft natuurlijk niet. Een enkel spruitje snij je zo in plakjes, maar een salade met een handvol bloemkool is lekkerder als die bloemkool even geroerbakt of gestoomd wordt. Ik vind het lekker om verschillende rauwe ingrediënten te combineren met een enkel warm of gaar ingrediënt: in de salades op de foto’s zit van links naar rechts geroerbakte bloemkool met specerijen, gestoomde peultjes en gebakken aubergine. 

sla met spicy bloemkool en zoetzure uien IMG_3529 d3-lunch salade aubergine

 

 

 


Tip 4: Maar gaar kan ook

Waar het om gaat is dat je groentes combineert die een verschillende textuur, een verschillende mondgevoel, hebben. Zacht, hard, knapperig, smeuig – enzovoorts. Rauw, net uit de pan – of eerder bereid. Kliekjes zijn super in de sla: een handvol gestoomde boontjes, drie overgebleven stronkjes broccoli, wat overgeschoten in de oven gebakken pastinaak, pompoen of (in de zomer) courgette en aubergine: ideaal in de lunchsalade. 

bietjes met lentegroen

Tip 5: Varieer in mondgevoel

Over kliekjes gesproken: restjes gekookte granen, peulvruchten, vlees of vis zijn ideaal als vulling in je salade. Want sla heeft behalve groente vulling nodig, anders heb je na een uur alweer trek. Ik wel tenminste. Als je geen kliekjes hebt kunnen bonen uit blik ook (kikkererwten!). Of noedels, gerookte makreel, een half blikje sardines (goed voor je vetzuren!), een gekookt ei, een in reepjes gesneden omelet, of een handvol nootjes.

Tip 6: Zorg voor vulling

Groente, vulling… tijd voor dressing. To dress is aankleden in het Engels, en dat is precies de juiste omschrijving. Zonder dressing is een salade naakt.

Je kunt natuurlijk vinaigrette van recept maken (deze bijvoorbeeld, of deze), maar vaste lezers zal het niet verbazen dat ik meer van de grote lijnen ben.

  1. Doe een plens lekkere olie in een kom
  2. Doe er een beetje azijn of citroensap bij 
  3. En zout (niet te zuinig)
  4. Voeg – afhankelijk van je humeur en de ingrediënten van je salade – smaakmakers toe: peper, mosterd, honing, fijngehakte kappertjes of peterselie – whatever. Experimenteer.
  5. Klop, proef, pas aan. 
  6. Doe je salade in een grote kom en schep de vinaigrette er door. Niet te weinig, je moet het wel proeven. Maar ook niet zoveel dat je salade een natte kledderbende wordt.  

Dressing kan trouwens ook een bestaande saus of dip zijn. Knoflooksaus over? Humus? Baba ganoush? Pesto? Tahinsaus? Guacamole? Tapenade? Niet moeilijk doen, is allemaal lekker – mik het door je salade. Desnoods aangevuld met wat extra olie of een schep yoghurt. Klaar. Maar, eh… nooit sladressing uit een fles hé? Da’s namelijk niet zo lekker (want gezouten suikerwater met bindmiddelen en smaakstoffen). Daar zijn we het vast over eens. 

IMG_4426

Tip 7: Kleed je salade aan 

En als de dressing dan het jurkje van je salade is, dan maak je ‘m natuurlijk af met een bloemetje in het haar. Want het oog wil ook wat. Ik <3 eetbare bloemen, maar het gaat vooral – alweer – om contrasten. Kleurverschil in je ingrediënten maakt je salade interessanter. Een salade van (groene) spinazie met (groene) tuinbonen en (groene) asperges oogt stukken leuker als je die combineert met radijsjes, eikenbladsla, worteltjes en/of bietjes. Of fruit: stukjes sinaasappel, aardbeien… nou ja, je snapt het. 

IMG_5020

Tip 8 Breng kleur op je bord

Naast kleur is versiering ook crunch. Geluidsversiering 😉 De laatste jaren is de voorraad zaden en pitten in mijn keukenkast flink gegroeid: naast de zonnebloemzaadjes en pompoenpitjes heb ik meestal ook hennep-, chia-, lijn-, sesam-  en/of  nigellazaadjes in huis. Doe een schepje door je salade voor het geluidseffect. Dat kan gewoon zo, of je verwerkt ze tot hartige granola of (mijn huidige verslaving) dukkah: een Egyptisch specerijennotenmengsel. Nomnomnom…  

Ook lekker qua crunch, en een fijn staaltje restverwerking: croutons van oud brood

Tip 9: Voeg crunch toe

En tot slot: doe niet alles tegelijk. Keep it simple. Een maaltijdsalade heeft wat body nodig, maar als je sla maakt als bijgerecht zijn drie ingrediënten, wat pitjes en een dressing al helemaal prima. 

salade radijsjes venkel peterselie

Op de foto: mijn sla van gisteravond, voor naast de wortelstamp: in reepjes gesneden venkel, plakjes radijs en grof gehakte peterselie. Met sesamzaadjes en wat van de yoghurt-mayo-dip die de kleuter moest verleiden haar bord leeg te eten. Vijf ingrediënten, twee minuten werk. Easy peasy. 

Tip 10: keep it simple

Ik vind het leuk als mijn lezers terugpraten! Daarom een vraag: wat is jouw favoriete salade-ingrediënt? 

 

 

Saag met dhal en 6 andere ideeën met raapsteeltjes

Een van de fijnste dingen aan meeëten met de seizoenen vind ik dat er zoveel meer te genieten valt.  Aardbeien? Asperges? Ja, heerlijk! Maar als je vooral seizoensgroenten eet heb je die momenten tig keer per jaar. De eerste boontjes in de zomer. Het moment dat de peterselie eindelijk hard genoeg groeit om ervan te kunnen plukken. De eerste kersen, peren, pompoenen. In de zomer courgettes, aubergines en de overvloed aan tomaten.  En nu, zo half maart: het moment dat er weer raapsteeltjes zijn. Een prachtige bos heldergroene blaadjes die me vertelt dat de lente er nu echt, echt, echt aankomt. Hoera! 

raapsteeltjes

Raapsteeltjes zijn nabije familie van de koolraap, meiraap, knolraap en Chinese kool. De jonge blaadjes smaken vrij zacht, niet dat scherpe dat rauwe kool wel kan hebben, en ze zijn heerlijk knapperig. Idealiter koop je ze met de worteltjes er nog aan. Als je ze dan in een glas water bewaart blijven ze in de koelkast een aantal dagen vers.  

Hoe eet je raapsteeltjes? Ik eet ze zo, uit de hand: de bos raapsteeltjes is net zo min veilig voor me als het schaaltje paaseitjes. Maar je kunt er natuurlijk ook mee koken. 

1. Slaatje met raapsteeltjes

Natuurlijk mag salade met raapsteeltjes niet ontbreken in dit lijstje. Raapsteeltjes gaan goed samen met stevige smaken, en zijn lekker in een salade die je oppept met bijvoorbeeld olijven, pittige kaas of vis. Hier vind je een aardig recept met ansjovis en eieren (fijn voor overgebleven paaseieren). Vooruit: nog een, met aardappel en broodsoldaatjes.  Ik maak salade meestal met wat ik maar in huis heb, in deze tijd van het jaar wordt dat bijvoorbeeld een combi met kiemgroente (daar schreef ik vorige week ook al over) , rauwe wortel & dito prei, en gerookte makreel. Beetje citroensap erover, wat zout en peper – klaar! Of combineer de raapsteeltjes met een kliekje koude ovengeroosterde pastinaak of pompoen. 

2. Raapstelenstamppot

Een klassieker. Ik schreef laatst al over stamppot met rauwe postelein, en ook raapsteeltjes zijn verrukkelijk in de stamppot. Basisversie: maak puree, en schep er de gewassen en fijngesneden rauwe raapstelen door, zoveel als je lekker vindt. Eet met spekjes, nootjes en/of kaas. Hier staat een recept. 

Als je minder aardappels wilt gebruiken kun je natuurlijk de puree ook maken van andere wortel- en knolgroenten. Wortel, pastinaak, koolraap – gaat prima. Hier een recept voor raapstelenstamppot met knolselderij. Alleen, let op: in dit recept wordt de knolselderij met een staafmixer gepureerd. Dat kan prima, maar dan moet je de aardappels en de knolselderij apart koken. Als je namelijk aardappels pureert met een staafmixer dan gebeurt er iets naars met het aardappelzetmeel en krijg je een soort behangplaksel. Ik zou gewoon de stamppotstamper pakken. 

Ik vond ook nog een aardig recept met voor stamppot-raapsteeltjes met witte bonen, wortel, citroen en sardientjes. Ik heb ‘m nog niet gemaakt, maar dat ga ik binnenkort wel doen.

Even over melk en melkvervangers: recepten voor stamppotjes zijn vaak met melk. En dat is prima, en lekker. Maar als je nou geen melk lust, wilt of verdraagt (of als hij gewoon op is) dan hoef je niet per se naar de plantaardige melkvervangers te grijpen. Gebruik gewoon een scheutje kookvocht. Gaat prima, en een deel van de vitamines die tijdens het koken zijn verhuisd van de groente naar je eten komt toch weer in je maaltijd terecht. Win-win! 

3. Snel raapstelenroerbakje

Supersnel en heel lekker is het om de raapstelen te roerbakken (in een koekenpan, of in de wok), bijvoorbeeld met knoflook en wat chiliflakes. Breng op smaak met zout en een drupje citroensap.

Gebruik wat meer boter, en schep een ei door de raapstelen en je hebt lunch: roerei met raapstelen. 

4. Raapsteeltjes met pasta

Ook lekker: die geroerbakte raapsteeltjes met een extra lik pesto door de pasta scheppen. Recept van Koken met Karin. Of je maakt pesto van de raapsteeltjes (recept van Michiel Bussink) en laat het roerbakken zitten. Ik zou dat zelf combineren met een salade (en misschien een stukje vlees of vis). 

5. Raapsteeltjesquiche

En als we dan toch bij Michiel Bussink zijn: hij schreef voor consumindertijdschrift Genoeg ook een fijn recept voor pittige linzenquiche met spinazie en raapstelen (even doorscrollen naar beneden). Want alles kan in de quiche, dus ook raapsteeltjes. Als je raapsteeltjes en ander groen gebladerte in je quiche doet moet je ze van tevoren wel even garen (roerbakken, stoven, etc.). Rauw blad bevat ontzettend veel water, dat wil je kwijt voor het de taart ingaat want anders wordt je deeg te nat en niet gaar. Lees hier hoe je zelf een quiche bij elkaar verzint. 

6. Gestoofde raapstelen

En als je nou helemaal trendy wilt zijn doe je wat je oma deed en kook je de groente helemaal dood. Echt waar, lees maar: hier bijvoorbeeld en dit ronduit lyrische verhaal van Janneke Vreugdenhil in NRC. Niet in een plens water, maar anderhalf, twee uur of langer in een gietijzeren pan op een lage temperatuur in de oven (120 graden, zoiets). Vet en smaakgevers erbij (ansjovis, knoflook, chili etc.), en wachten maar. Ideaal eten voor in het weekend of voor thuiswerkende ZZP-ers, de plantaardige variant van stoofvlees. En maak dan vooral extra, want wat er over is is natuurlijk goddelijk in een quiche, omelet, of op een boterham. Ja, echt. Gare groenten op brood zijn da bomb hier in huis. Nou ja, bij mij. De huisgenoten zijn nog niet helemaal overtuigd 😉

groene blaadjes op brood

Overigens: een half uurtje á drie kwartier op het fornuis doet ook al wonderen. Dat deed ik voor de saag (zie hieronder) met uiterst tevredenstemmende resultaten. En ik ben heel benieuwd of dit ook zou werken in een hooikist, dan is er minimaal gas of elektra nodig. 

6. Indiase raapstelen: mijn draai aan sarson ka saag

Saag is een gerecht uit India, specifiek uit de Punjab, een provincie in het noorden. Het is in basis een gekruide puree van bladgroenten en uien. Die maak je ook prima met raapsteeltjes (sarson ka saag). Ik schreef er een apart stukje over, waarmee ik de nieuwe serie blogjes “koken met concepten” aftrap. Hier lees je meer over saag, en hier vind je wat uitleg over koken met concepten. Wij aten ‘m met dhal (linzenpuree) en rijst. Dat was best fijn. 

sarson ka saag van raapsteeltjes

 

 

 

Saag als concept – Indiase stoof van bladgroente

Wat is koken met concepten? Klik hier! 

Saag is een gerecht uit India, specifiek uit de Punjab, een provincie in het noorden. Het is in basis een gekruide puree van bladgroenten en uien die gebonden wordt met zetmeel. Spinazie kan er in, of broccoli, en traditioneel wordt het gemaakt van mosterdblad, een andere bladgroente uit de koolfamilie. Dat heb ik nog nergens te koop te zien, maar het is heel makkelijk te verbouwen in de moestuin en juist erg geschikt voor de periode buiten de zomermaanden. Klik hier voor moestuininfo.

Wikipedia geeft ook nog verschillende andere spannende saag-varianten: met pompoenblad, amaranth, klimmende spinazie (Basella Alba), fenegriekblad en verschillende eetbare waterplanten. Dat brengt mij dan tot de conclusie dat je saag ook prima zou moeten kunnen maken van wilde inheemse planten als brandneteltoppen, melganzevoet of look-zonder-look, of gewoon snijbiet of andijvie uit de moestuin. Ik maakte het eerder al eens met boerenkool

saag aloo van boerenkool en knoldelderij

Saag kun je eten met paneer (of panir), verse Indiase kaas. Dan heet het meestal saag paneer, of palak paneer. Panir kun je kopen, of zelf maken. Met gestoofd vlees, lamsvlees vaak, onder de naam saag ghost (bekend van de afhaal). Met aardappel: saag aloo. En die aardappel kun je weer vervangen door andere knolgroente, zie nogmaals het recept voor saag met boerenkool. Wij aten ‘m deze week met dahl, linzenpasta. Dat is ook fijn. 

Hieronder zie je saag van raapsteeltjes, maar met een niet-traditionele twist. Als je saag opzoekt zie je vooral foto’s van gladde groene puree. Die wordt gemaakt door eerst het blad helemaal gaar te koken in weinig water, en die moes vervolgens toe te voegen aan het ui en specerijen-mengsel. Ik ben niet dol op puree, en laat dus de tussenstap weg. Ik doe de rauwe grofgesneden blaadjes direct bij de bij de ui, laat het geheel zachtjes stoven. Kijk, dit is ‘m. Niet bijzonder fotogeniek (kuch), wel lekker. sarson ka saag van raapstelen

Wat gaat er in? 

  • groene blaadjes, flink veel. Minimaal 350 gram per persoon voor een enkele maaltijd. Wassen, en snijden.
  • iets van vet. Boter of olie naar keuze. 
  • ui, in ringen  
  • knoflook, fijngehakt
  • gember (vers of poeder)
  • iets van hitte: chili, vers, gedroogd of als poeder. Of sambal, harissa, of currypaste. 
  • specerijen, in ieder geval één of meer van de onderstaande:
    • garam masala
    • gemalen komijn- en korianderzaad
    • kurkuma
  • iets van bloem, of meel, om te binden
  • zout

Hoe maak je het?

  1. Fruit de ui (in vetstof naar keuze) op een laag vuurtje in een zware pan (gietijzer rocks!) 
  2. Voeg de specerijen, de  knoflook en de gember toe. 
  3. Als de ui zacht en gaar is, voeg dan de groene blaadjes toe. Laat stoven tot ze zo ongeveer naar je zin zijn. Een half uur, drie kwartier, een uur – mag allemaal.
  4. Proef, breng op smaak met zout, peper en evt. extra specerijen. Bindt het vrijgekomen vocht met een schepje bloem tot een saus. Ik heb ook weleens per ongeluk meel gebruikt in plaats van bloem, en dat gaat ook. Laat nog even stoven tot een eventuele rauwe-bloemsmaak weg is. 

Eet smakelijk! 

Lentestamppot en 6 andere gerechten met postelein

Lentekriebels hier: ik heb zo’n zin in groene blaadjes! Wintergroenten zijn heerlijk, maar ik kan intens gelukkig worden van lentespinazie en de eerste raapsteeltjes. In afwachting daarvan is er gelukkig toch al wel het een en ander te plukken in m’n tuin. De barbarakruid weet van geen ophouden, de zuring en hondsdraf maken alweer vers blad, en een vriendin wees me op klein veldkers tussen de crocussen. Smaakt ongeveer als waterkers, maar is veel kleiner. Ik ben dol op sla die je niet hoeft te kopen of te zaaien 😉 En gelukkig is er ook nog steeds postelein, die ik gewoon per ons kan aanschaffen bij de Ekoplaza of direct bij de boer via mijn streekkruidenier

postelein

Er zijn twee soorten postelein, zomer- en winterpostelein. Ik heb het nu over winterpostelein, Claytonia perfoliata (maar als je hoogzomer stamppot wilt maken met zomerpostelein: dat gaat prima). Voor de volledigheid: de officiële naam van zomerpostelein is Portulaca oleracea. Dat u het weet.

En als ik dan toch aan het uitleggen ben: natuurlijk zijn er tegenwoordig mensen die beweren dat postelein een superfood is. Helaas: alleen als je het vergelijkt met een witte boterham of zo. Ja, er zit per calorie veel vitamine C, kalium en fosfor in, maar die hoeveelheden zijn vergelijkbaar voor broccoli en spinazie. Hoe ik dat weet? Dankzij de voedingswaardetabel. Wat trouwens ook niet waar is: dat je voorzichtig moet zijn met nitraathoudende (blad)groente. Nergens voor nodig, het oude advies van niet-vaker-dan-twee-keer-per-week is achterhaald. Lees hier de info van het Voedingscentrum.  

Laatste weetje: heb je de groene blaadjes in het logo van Alles zelf maken gezien? Juist: dat is postelein. Tijd voor een paar recepten! 

potje op krijt

1. Posteleinsalade

Postelein vind ik rauw of bijna rauw het lekkerst, dus eerst maar eens een salade. Ik combineer het in deze tijd van het jaar graag met wortel en fijngesneden kool. De salade op de foto is afgemaakt met pompoenpitjes, sesamzaad en rozijntjes, met een beetje citroensap, drupje sesamolie, en wat zout. Verse salade, in februari. Met seizoensgroente uit de streek. Ha.

(In gedachten maak ik even een lange neus naar Albert Heijn, die zoete aardappel uit de VS verkoopt als seizoensgroente ‘vers van het land’. Nieuwsgierig? Dat verhaal lees je hier.)

postelein-sla

Rauwe postelein is vrij knapperig, en combineert daarom erg goed met dingen die een zachte structuur hebben. Peulvruchten bijvoorbeeld. Of gebakken champignons. Zoals deze salade: knoflookchampignons met gekookte linzen, venkel en postelein (en wat tomaat, maar daar kun je zonder.) En… (tromgeroffel) zelfgemaakte bitterballen van een kliekje wortelstamppot. Ja, echt. Vet hé. 

bitterballen-van-wortelstamp-met-posteleinsalade

2. Als bijgerecht, met spekjes en prei

Dit is een winner. Bak een paar spekjes. Lekkere, dat is essentieel – niet dat zoute spul met rookaroma waar het water uit loopt als je het verhit. Pancetta van de slager is ook lekker, maar komt uit Italië. En we hebben hier in Nederland 12 miljoen varkens. Waarom zou je dan Italiaans spek eten? 

In ringen gesneden prei erbij, laten stoven tot de prei gaar is, zacht en zoet. In een schaal, of op je bord, omscheppen met rauwe postelein. 

Op de foto met feta, Arabisch flatbread (van de Turkse super in dit geval), bietenhumus en geprakte wortel naar een recept van Yotam Ottolenghi. Zelfde recept, andere invulling: het postelein-preimengsel door gare pasta scheppen met een scheutje room en geraspte oude kaas. 

postelein met worteldip, prei en humus

3. Door de soep

Traditioneel werd van de eerste lenteblaadjes een kruidensoep gekookt. Coquinaria, een heerlijke site met historische recepten, geeft een negentiende-eeuws recept met postelein. Zelf at ik ooit een soep die nog het meest lijkt op dit recept – maar in de praktijk maak ik meestal een rondje-door-de-koelkast-soep waar ik op het allerlaatste moment, dus als het al in de kom zit, groene blaadjes doorheen schep. Postelein, snijbiet, rucola, raapsteeltjes: you name it. Linzensoep, Thaise soep met groene curry-pasta en champignons, knolselderij-pastinaaksoep: een hand groene blaadjes is altijd goed. Al is het maar voor de foto.

linzensoep

Linzensoep met snijbiet

4. Op een broodje makreel

Ik at laatst een broodje makreel en was in gedachten ineens terug bij de visboer waar ik vroeger soms ging lunchen met collega’s, een leven geleden toen ik nog een kantoorbaan had. De reclameborden aan het plafond, de ongemakkelijke caféstoeltjes, de beugelglimlach van de broodjessmerende scholier – het was alsof ik er gisteren nog was. Niet dat ze daar postelein in de broodjes makreel deden: die kwamen met mandarijntjes uit blik. Geen idee waarom mijn hoofd die link ineens legde – maar dat weet je toch nooit.

Op mijn zelfgemaakte broodje makreel zat wel postelein, een lik mayo en fijngesneden bleekselderij. En dat gaat prima samen, ook zonder broodje. Mandarijntjes kunnen erbij, maar liever nog wat sinaasappel. Of – voor de bitterliefhebbers onder ons – grapefruit. 

5. Posteleinrisotto

Ook dat kan, natuurlijk. Maak risotto, traditionele met arboriorijst en kaas, en roer er op het allerlaatst een flinke hoeveelheid fijngesneden postelein door. Schijnt ook heel lekker te zijn met brandneteltoppen. Risotto moeilijk? Welnee! Mijn stuk over risotto kun je hier lezen

6. Postelein Asian style, met noedels & kiemgroente

Kook noedels zo goed als gaar. Check de verpakking, sommige soorten moeten echt koken, andere alleen even weken. Snij een rode ui in ringen, hak een teen knoflook fijn, rasp wat verse gember. Snij wat Chinese kool fijn (of broccoli, paksoi, courgette of boontjes – net wat er aan stevige groente is.) 

Fruit ui, knoflook en gember in een hete wok. Doe de Chinese kool er bij, en een drupje sojasaus. Roerbak kort, tot de kool bijna beetgaar is. Schep de noedels erdoor en bak nog even mee. Schep van het vuur af de postelein en een hand kiemgroente erdoor en breng op smaak met sojasaus, citroensap en als je het in huis hebt mirin, zoete Japanse rijstwijn. 

Even over kiemgroente: ik vind die leuk. Tuinieren op je aanrecht is het, magie onder een theedoek. Hoe een handvol droge zaden in een paar dagen een levendige boel wordt. Prachtig. En voor de alfalfa-haters: de andere soorten zijn lekkerder. Echt.

Maar die lentestamppot dan? 

Dat recept zette ik in 2012 al eens op het blog, dat toen nog “Mama kookt” heette en zo ongeveer 5 lezers had. Je kunt het hier nalezen. Ik maak ‘m nog steeds zo.