Categoriearchief: Koken met concepten

Waxy wattes? Even over chocoladevla. Met recept!

Stadsgenoot Gouden Pompoen bezorgservice schreef in zijn nieuwsbrief deze week over chocoladevla. Blijkbaar zit daar een niet-biologisch ingrediënt in: “waxy maiszetmeel” – volgens Wikipedia een goedje dat “bij het bewaren minder last heeft van opdikken”. Wat dat dan ook mag betekenen. Lees verder

Nieuwe serie: koken met concepten

Mag ik eens op een stokpaardje klimmen? Het hoeft allemaal niet zo moeilijk te zijn, dat koken. Als je de logica achter een bepaald soort gerecht snapt, dan kun je daar eindeloos op variëren, afhankelijk van wat je in huis hebt, het weer, de toestand in de wereld, de beschikbare tijd en je eigen humeur.

Die logica, dat gaat als volgt: soep is één of meerdere ingrediënten gekookt in water of bouillon. Quiche is deeg met vulling en iets om één en ander aan elkaar te plakken. Salade is groente met dressing, vulling en versiering. Etcetera.

Daarom word ik altijd een beetje giegelig van heel exacte recepten. Zoveel gram van dit, een halve paprika dat, een theelepel zus… Echt koken werkt niet zo. Echt koken is combineren, proeven, proberen. Leren wat je zelf lekker en handig vindt. Hoe de principes werken.

Mocht je je ooit afgevraagd hebben waarom ik weinig tot geen vaste hoeveelheden geef in de recepten op alleszelfmaken.nl: dat is dus om deze reden. In een restaurant of productiekeuken moet een bepaald gerecht aan een duidelijk omschreven verwachtingspatroon voldoen. Thuis geldt dat minder tot niet: thuiskoken is aanrommelen. Maar niet in het wilde weg natuurlijk: aanrommelen op basis van kennis en ervaring.

Echt koken is aanrommelen op basis van kennis en ervaring

Ik loop hier al een tijd over na te denken, te zoeken naar precies het juiste woord. Koken zonder recepten, improviserend koken, koken met formules, sjablonen, ideeën…. maar nu heb ik het. Koken met concepten, dat is het. Dus bij deze, een nieuw blogonderwerp. Er zijn er al een paar, meer stukjes zullen volgen in de nieuwe reeks blogjes Koken met concepten

koken-in-concepten-kleiner

Credits due: met dank aan Hillegonda van Elteren van Herba Sanitas, bij wie ik dit seizoen een uiterst leerzame kruiden- en wildplukcursus volg. Zij begon over het “concept zalf”, en het “concept pesto” – en ik stuiterde vervolgens de lesruimte door. Dat was het juiste woord, eindelijk. 

Wil je volgen? Like dan mijn Facebookpagina, volg me op Twitter, of meld je aan voor de nieuwsbrief. 

 

 

10 tips voor een supersalade

Een tweede artikeltje in de nieuwe serie koken met concepten. Hoera! Over salade deze keer. Dat kwam zo: ik was een stukje over radijsjes aan het schrijven dat ontaarde in een verhaaltje over salade in-het-algemeen. Dus daarom: het concept salade – met 10 tips voor een supersalade.

Het concept salade: groente, vulling, dressing, versiering

10 tips supersalade

Salade begint natuurlijk met groente. De meeste mensen denken bij sla vooral aan groene blaadjes, maar laat dan die ijsbergsla lekker liggen en kies groen spul dat ergens naar smaakt. Gemengde sla uit de winkel is helemaal niet onaardig – maar het kan interessanter, en vooral stukken verser. 

Alle soorten eetbaar groen kunnen in je salade. Kropsla, veldsla, spinazie, raapsteeltjes, postelein, andijvie, rucola, zuring, blaadjes van Oost-Indische kers,  snijbiet, alle soorten tuinkruiden. Zaai groene blaadjes in je tuin, in een pot naast de achterdeur of desnoods in je vensterbank. (Tip: kwekerij De nieuwe tuin verkoopt hele leuke sla-mengsels voor ieder seizoen.) En voor mensen zonder groene vingers en mét een beetje tuin: een hoop soorten “onkruid” kunnen ook in de sla. In mijn eigen stadstuin pluk ik onder meer paardenbloemblad, hondsdraf, muur, knopkruid, veldkers en melde. Jonge blaadjes van de linde. Sla die je niet eens hoeft te zaaien. What’s not to love.  

Tip 1. Zaai groene blaadjes in je tuin, of in een pot naast de achterdeur – en leer wat er verder eetbaar is in je tuin

IMG_2688-0.JPG

Een salade met natte groene blaadjes wordt niks. Gewassen bladgroente maak je droog met een theedoek, of – sneller en beter – in een saladecentrifuge. Ik heb er één van de kringloop, was twee euro, in jaren-70-knaloranje. Tupperware, dus onverslijtbaar. Topding. 

Tip 2. Maak je ingrediënten droog 

Maar er kan natuurlijk veel meer aan groente in je salade. Naast de usual suspects (tomaat, komkommer, radijs) zijn er allerlei soorten groenten die je normaal kookt of bakt die heel goed rauw in je salade kunnen. Bloemkool & broccoli in miniroosjes. Biet, koolrabi, wortel, prei of asperges in flinterdunne plakjes. Fijngesneden kool (mits je rauwe kool kunt verteren natuurlijk) – en dat kan ook met spruitjes. 

Maak een rondje door je groentela. Alles wat er nog een beetje aanlokkelijk uitziet kan rauw in je sla: bijna alle groenten kunnen rauw worden gegeten. Voor zover ik weet zijn de grote uitzonderingen boontjes (want bevatten lecitine), groene delen van aardappels (bevatten de giftige stof solanine, en lijken me sowieso niet zo lekker…) en mogelijk aubergine en champignons en andere paddenstoelen (maar daar zijn de meningen over verdeeld). Enne… neem zoiets nooit uit één bron aan, ook niet als ik dat ben: bij twijfel Google raadplegen of gewoon niet doen.

Tip 3. Bijna alle groenten zijn rauw lekker

Maar rauw hoeft natuurlijk niet. Een enkel spruitje snij je zo in plakjes, maar een salade met een handvol bloemkool is lekkerder als die bloemkool even geroerbakt of gestoomd wordt. Ik vind het lekker om verschillende rauwe ingrediënten te combineren met een enkel warm of gaar ingrediënt: in de salades op de foto’s zit van links naar rechts geroerbakte bloemkool met specerijen, gestoomde peultjes en gebakken aubergine. 

sla met spicy bloemkool en zoetzure uien IMG_3529 d3-lunch salade aubergine

 

 

 


Tip 4: Maar gaar kan ook

Waar het om gaat is dat je groentes combineert die een verschillende textuur, een verschillende mondgevoel, hebben. Zacht, hard, knapperig, smeuig – enzovoorts. Rauw, net uit de pan – of eerder bereid. Kliekjes zijn super in de sla: een handvol gestoomde boontjes, drie overgebleven stronkjes broccoli, wat overgeschoten in de oven gebakken pastinaak, pompoen of (in de zomer) courgette en aubergine: ideaal in de lunchsalade. 

bietjes met lentegroen

Tip 5: Varieer in mondgevoel

Over kliekjes gesproken: restjes gekookte granen, peulvruchten, vlees of vis zijn ideaal als vulling in je salade. Want sla heeft behalve groente vulling nodig, anders heb je na een uur alweer trek. Ik wel tenminste. Als je geen kliekjes hebt kunnen bonen uit blik ook (kikkererwten!). Of noedels, gerookte makreel, een half blikje sardines (goed voor je vetzuren!), een gekookt ei, een in reepjes gesneden omelet, of een handvol nootjes.

Tip 6: Zorg voor vulling

Groente, vulling… tijd voor dressing. To dress is aankleden in het Engels, en dat is precies de juiste omschrijving. Zonder dressing is een salade naakt.

Je kunt natuurlijk vinaigrette van recept maken (deze bijvoorbeeld, of deze), maar vaste lezers zal het niet verbazen dat ik meer van de grote lijnen ben.

  1. Doe een plens lekkere olie in een kom
  2. Doe er een beetje azijn of citroensap bij 
  3. En zout (niet te zuinig)
  4. Voeg – afhankelijk van je humeur en de ingrediënten van je salade – smaakmakers toe: peper, mosterd, honing, fijngehakte kappertjes of peterselie – whatever. Experimenteer.
  5. Klop, proef, pas aan. 
  6. Doe je salade in een grote kom en schep de vinaigrette er door. Niet te weinig, je moet het wel proeven. Maar ook niet zoveel dat je salade een natte kledderbende wordt.  

Dressing kan trouwens ook een bestaande saus of dip zijn. Knoflooksaus over? Humus? Baba ganoush? Pesto? Tahinsaus? Guacamole? Tapenade? Niet moeilijk doen, is allemaal lekker – mik het door je salade. Desnoods aangevuld met wat extra olie of een schep yoghurt. Klaar. Maar, eh… nooit sladressing uit een fles hé? Da’s namelijk niet zo lekker (want gezouten suikerwater met bindmiddelen en smaakstoffen). Daar zijn we het vast over eens. 

IMG_4426

Tip 7: Kleed je salade aan 

En als de dressing dan het jurkje van je salade is, dan maak je ‘m natuurlijk af met een bloemetje in het haar. Want het oog wil ook wat. Ik <3 eetbare bloemen, maar het gaat vooral – alweer – om contrasten. Kleurverschil in je ingrediënten maakt je salade interessanter. Een salade van (groene) spinazie met (groene) tuinbonen en (groene) asperges oogt stukken leuker als je die combineert met radijsjes, eikenbladsla, worteltjes en/of bietjes. Of fruit: stukjes sinaasappel, aardbeien… nou ja, je snapt het. 

IMG_5020

Tip 8 Breng kleur op je bord

Naast kleur is versiering ook crunch. Geluidsversiering 😉 De laatste jaren is de voorraad zaden en pitten in mijn keukenkast flink gegroeid: naast de zonnebloemzaadjes en pompoenpitjes heb ik meestal ook hennep-, chia-, lijn-, sesam-  en/of  nigellazaadjes in huis. Doe een schepje door je salade voor het geluidseffect. Dat kan gewoon zo, of je verwerkt ze tot hartige granola of (mijn huidige verslaving) dukkah: een Egyptisch specerijennotenmengsel. Nomnomnom…  

Ook lekker qua crunch, en een fijn staaltje restverwerking: croutons van oud brood

Tip 9: Voeg crunch toe

En tot slot: doe niet alles tegelijk. Keep it simple. Een maaltijdsalade heeft wat body nodig, maar als je sla maakt als bijgerecht zijn drie ingrediënten, wat pitjes en een dressing al helemaal prima. 

salade radijsjes venkel peterselie

Op de foto: mijn sla van gisteravond, voor naast de wortelstamp: in reepjes gesneden venkel, plakjes radijs en grof gehakte peterselie. Met sesamzaadjes en wat van de yoghurt-mayo-dip die de kleuter moest verleiden haar bord leeg te eten. Vijf ingrediënten, twee minuten werk. Easy peasy. 

Tip 10: keep it simple

Ik vind het leuk als mijn lezers terugpraten! Daarom een vraag: wat is jouw favoriete salade-ingrediënt? 

 

 

Saag als concept – Indiase stoof van bladgroente

Wat is koken met concepten? Klik hier! 

Saag is een gerecht uit India, specifiek uit de Punjab, een provincie in het noorden. Het is in basis een gekruide puree van bladgroenten en uien die gebonden wordt met zetmeel. Spinazie kan er in, of broccoli, en traditioneel wordt het gemaakt van mosterdblad, een andere bladgroente uit de koolfamilie. Dat heb ik nog nergens te koop te zien, maar het is heel makkelijk te verbouwen in de moestuin en juist erg geschikt voor de periode buiten de zomermaanden. Klik hier voor moestuininfo.

Wikipedia geeft ook nog verschillende andere spannende saag-varianten: met pompoenblad, amaranth, klimmende spinazie (Basella Alba), fenegriekblad en verschillende eetbare waterplanten. Dat brengt mij dan tot de conclusie dat je saag ook prima zou moeten kunnen maken van wilde inheemse planten als brandneteltoppen, melganzevoet of look-zonder-look, of gewoon snijbiet of andijvie uit de moestuin. Ik maakte het eerder al eens met boerenkool

saag aloo van boerenkool en knoldelderij

Saag kun je eten met paneer (of panir), verse Indiase kaas. Dan heet het meestal saag paneer, of palak paneer. Panir kun je kopen, of zelf maken. Met gestoofd vlees, lamsvlees vaak, onder de naam saag ghost (bekend van de afhaal). Met aardappel: saag aloo. En die aardappel kun je weer vervangen door andere knolgroente, zie nogmaals het recept voor saag met boerenkool. Wij aten ‘m deze week met dahl, linzenpasta. Dat is ook fijn. 

Hieronder zie je saag van raapsteeltjes, maar met een niet-traditionele twist. Als je saag opzoekt zie je vooral foto’s van gladde groene puree. Die wordt gemaakt door eerst het blad helemaal gaar te koken in weinig water, en die moes vervolgens toe te voegen aan het ui en specerijen-mengsel. Ik ben niet dol op puree, en laat dus de tussenstap weg. Ik doe de rauwe grofgesneden blaadjes direct bij de bij de ui, laat het geheel zachtjes stoven. Kijk, dit is ‘m. Niet bijzonder fotogeniek (kuch), wel lekker. sarson ka saag van raapstelen

Wat gaat er in? 

  • groene blaadjes, flink veel. Minimaal 350 gram per persoon voor een enkele maaltijd. Wassen, en snijden.
  • iets van vet. Boter of olie naar keuze. 
  • ui, in ringen  
  • knoflook, fijngehakt
  • gember (vers of poeder)
  • iets van hitte: chili, vers, gedroogd of als poeder. Of sambal, harissa, of currypaste. 
  • specerijen, in ieder geval één of meer van de onderstaande:
    • garam masala
    • gemalen komijn- en korianderzaad
    • kurkuma
  • iets van bloem, of meel, om te binden
  • zout

Hoe maak je het?

  1. Fruit de ui (in vetstof naar keuze) op een laag vuurtje in een zware pan (gietijzer rocks!) 
  2. Voeg de specerijen, de  knoflook en de gember toe. 
  3. Als de ui zacht en gaar is, voeg dan de groene blaadjes toe. Laat stoven tot ze zo ongeveer naar je zin zijn. Een half uur, drie kwartier, een uur – mag allemaal.
  4. Proef, breng op smaak met zout, peper en evt. extra specerijen. Bindt het vrijgekomen vocht met een schepje bloem tot een saus. Ik heb ook weleens per ongeluk meel gebruikt in plaats van bloem, en dat gaat ook. Laat nog even stoven tot een eventuele rauwe-bloemsmaak weg is. 

Eet smakelijk!