Categoriearchief: Baas op eigen bord

Ik ga op vakantie en neem mee… echt eten onderweg

Vakantietijd! Heerlijk. Even weg van alles, genieten, ontspannen… daar zijn we toch helemaal aan toe? Het is best verleidelijk om dan al die dingen waar we de rest van het jaar zo druk mee zijn even aan de kant te zetten. Gezond eten doen we thuis wel weer. En duurzaamheidsvraagstukken zijn thuis al zo ingewikkeld & ongezellig, laat staan dat we ons daar op vakantie mee bezig willen houden. Toch? Lees verder

Weg met het perfectionisme: 5 vuistregels om duurzamer te eten

Long overdue: een Lekker van ’t land-blogje over radijsjes, een stuk over melk & koeien, én een fijn sausjesrecept. Komt er allemaal aan – maar niet vandaag. Want ik wil het even hebben over perfectionisme. Over dat je soms echt helemaal geen zin hebt om te denken “wat zit hier eigenlijk in”, “waar komt dat precies vandaan” en “is zus & zo wel fatsoenlijk geproduceerd”? Dat je soms ontzettende trek hebt in pizza met salami, of dat je per ongeluk ergens gaat eten waar de vegetarische keuze beperkt blijkt tot één enkel onaantrekkelijk gerecht met paddenstoelen. Dat je even snel boodschappen wilt doen, rats-rats-klaar –  want je hebt nog meer te doen. Dat je vandaag eens niet de afweging wilt maken tussen goedkoop-maar-van-twijfelachtige-herkomst en peperduur-maar-waarschijnlijk-beter-voor-de-planeet, waarbij je ook moet denken aan het peil van je bankrekening, de toestand in de wereld, de weersverwachting en wat er ook weer in het seizoen is deze maand.

Hou toch op zeg! Waarom moet eten zo moeilijk zijn? En hop, daar gaat het koppie weer: terug het zand in. Want je kunt het toch nooit goed doen, dus laat ik dan maar ophouden met nadenken. Anders speelt het schuldgevoel te veel op. 

Dat, dus. Herkenbaar? Laat ik het nog eens herhalen:

Je kunt het nooit helemaal goed doen.

In  deze maatschappij is het (zo goed als) onmogelijk om ALTIJD duurzame keuzes te maken. En als je dat toch probeert lijd je vermoedelijk aan een duurzaamheids-tegenhanger van orthorexia: die modieuze dwangstoornis waarbij mensen zich zo druk maken over gezond eten dat ze een beetje van het padje raken. Nu duurzaam eten wat meer in de belangstelling komt zal het vast niet lang duren voordat één of andere krant met een stukje komt dat het allemaal maar belachelijk is en dat mensen vooral weer gewoon moeten gaan eten (en ophouden met nadenken). Oh wacht – dat stukje was er al. En daar vond ik wat van. 

Anyhoe. Punt is: we leven in een wereld waar de productie van zo ongeveer alles bijna altijd ergens schade doet. Bij iedere vraag die je beantwoordt doemen er weer vijf nieuwe op. Of vijftien. Of vijftig. Het is om wanhopig van te worden. Dat is ook niet onterecht: die wanhoop is volgens mij een heel gezonde reactie op wat we de aarde aandoen. Maar perfectionisme, en vooral de psychologische cirkel van falen en schuldgevoel die daar bijhoort, gaat daar geen oplossing voor bieden. Sterker nog: het helpt ons van de wal in de sloot. 

dontletperfectbetheenemyofgood

Foto via Pinterest.

De 80-20 van duurzaam eten

Ik las gisteren een (oud) blogje van De Groene Vrouw over gezond eten & perfectionisme, en ik dacht: ja, dat geldt dus ook voor duurzamer eten. Kernpunt: Don’t let perfect be the enemy of good.  Probeer het niet 100% goed te doen. Dat lukt toch niet, waardoor je gefrustreerd raakt en de handdoek in de ring gooit. Wat wel helpt is het structureel duurzamer keuzes maken in de hoofdlijnen van je eetpatroon. Waarbij de 80-20-regel een prima handvat is. Wat dat ook weer was? Dat je met 20% van de inspanning 80% van het resultaat bereikt. Bij mij betekent dat op dit moment bijvoorbeeld:

  • dat het grootste deel van onze voedsel biologisch, lokaal en van het seizoen is, maar dat ik me niet druk maak over eventuele pesticiden op die enkele komkommer die ik zonodig snel even haal bij de Turkse supermarkt in de straat. Ik maak dan wel weer bezwaar wanneer manlief doet alsof hij echt gelooft dat 1*-beter-leven-scharrelvlees eigenlijk ook bijna biologisch is. 
  • dat ik buiten de deur zo goed als standaard vegetarisch eet – en als het even kan veganistisch. Maar ik ga ook rustig met de kinderen een niet-bio roomijsje eten om te vieren dat het mooi weer is.
  • dat ik graag en met liefde met iedereen een gesprek aan ga over voedsel en milieu, over dierenwelzijn, biodiversiteit en klimaat – maar wanneer ik bij iemand te gast ben & een stukje vlees voorgezet krijg dan eet ik dat beleefd op en ga ik niet lopen miepen of het wel bio is. Ik vind zulk gezeur gewoon onfatsoenlijk, en onfatsoen is er al veel te veel tegenwoordig. 

Dat soort dingen dus. Bij deze dus 5 vuistregels om duurzamer te eten.

1: Koop geen kiloknallers

Dit is natuurlijk het intrappen van een open deur, maar toch: koop geen kiloknallers. Een kilo kipfilet voor 5 euro?  Een doos vol ‘scharrel’-eieren voor weinig? Budgetmelk in grote plastic flessen, of kaas voor 5 euro per kilo? Laat ze staan. Met dat soort aankopen ondersteun je het veel-voor-weinig productiemodel, dat letterlijk alles ondergeschikt maakt aan een lagere prijs. Een model waarin boeren hun spullen structureel onder de kostprijs verkopen. De grootste klap die je kunt maken op het gebied van duurzaamheid is het laten staan van zulke “aanbiedingen”.

Maar maar maar… (hoor ik sommige lezers al roepen): dat kan ik niet betalen hoor, als ik duurder eten koop kom ik niet rond. Kijk. Ik kan niet in jouw portemonnee kijken, en dat wil ik ook helemaal niet. Maar ik spreek soms mensen die geen geld zeggen te hebben voor beter eten – maar die wel roken. Frisdrank kopen. Gaan skieën, of een flatscreen-TV in huis hebben van een meter doorsnee. Tsja. Kwestie van prioriteiten, dat is jouw keuze. Maar loop dan geen excuses te verzinnen. En voor iedereen die wèl een prioriteit wil maken van beter eten: misschien vind je een paar bruikbare tips in mijn e-bookje Betaalbaar bio in 6 stappen. Cadeautje! 

cover

2: Eet minder vlees

Dit geldt eigenlijk voor de meeste mensen wel. Als je vaker dan 2-3x per week vlees eet: doe eens een extra vega-dag. Al was het maar om beter te leren koken zonder vlees, dat vraagt namelijk simpelweg oefening. Goeie tips vind je in dit artikel uit NRC: Vleesloos de week door (en ribeye op zondag). En leer vooral ook zelf vega(n)-burgers maken: dat is niet alleen een fantastische manier om peulvruchten in je weigerachtige huisgenoten te krijgen (kuch), maar ook weer een extra methode om kliekjes op te maken. 

Eet minder vaak vaak vlees, maar ook: een kleinere hoeveelheid. Eet geen “stuk vlees” maar voeg een kleine portie vlees toe aan een gerecht dat vooral heel veel groente bevat. Vul je stoofpot aan met veel wortel- en knolgroenten, doe gemalen peulvruchten in je gehaktbal of burger, vervang een deel van het vlees in een gerecht door paddenstoelen, noten of tempeh. 

3: Kook zelf, mijd kant-en-klaar en pakjes&zakjes

Wat denk je, die “scharrel”-eieren in je mayonaise, of de ham op je kant-en-klaar pizza: zou de fabriek erg hebben gelet op duurzaamheid bij het inkopen van de ingrediënten? Ik geloof er niks van. Al die claims over “ambachtelijk”, “naar oma’s recept” en “met natuurlijke ingrediënten” zijn holle frasen: lees de columns van Teun van der Keuken in de Volkskrant. Producten uit de grootschalige voedingsindustrie worden zo goedkoop mogelijk geproduceerd, want moeten zoveel mogelijk winst opleveren. Is dat erg? Nou, als je duurzame productie en een fatsoenlijke prijs voor boeren belangrijk vindt dan is dat erg, ja. Kant-en-klaar = kiloknallers. Over het algemeen. 

4: Eet uit de buurt

Gooi je boodschappenpatroon om. Ga weg van de supermarkt, koop het grootste deel van je voedsel bij boeren uit de buurt. Neem een groentepakket, doe mee aan een voedselcollectief, wordt klant bij een streekkruidenier. Hier vind je een lijst van initiatieven. 

En die gestudeerde types die zeggen dat lokaal niet beter is? Die denken niet door. Sorry. Die doen alsof er geen verschil is tussen vollegrondstomaten die in de zomer in onverwarmde kas groeien op een boerderij bij jou in de buurt, en industrie-tomaten die geteeld worden op glaswol-met-kunstmest in een high-tech kas die verwarmd wordt met gesubsidieerd gas. Uit de buurt (en dus van het seizoen) is echt duurzamer. Dat is fatsoenlijk doorgerekend door mensen die er verstand van hebben. En dat betekent niet dat je het hele jaar stamppot moet eten. 

5: Geniet

Ha, die zag je niet aankomen hé 😉 

Maar toch is het zo. Duurzaam geproduceerd eten is vaak ook nog eens een keer stukken lekkerder. En dat kan ik niet uitleggen, dat moet je leren proeven. Ontwen de vlakke smaken van industrie-eten, en leer echt voedsel waarderen. Omfietswortels. Superverse raapsteeltjes. Eieren van écht scharrelende kippen met onwaarschijnlijk gele dooiers. Melk van koeien met hoorns die in een natuurgebied grazen. En als je dat soort smaken eenmaal gewend bent, dan wordt het allemaal stukken makkelijker. Dan is duurzamer eten geen moeten meer (want beter-voor-de-planeet) maar willen. Omdat het stukken aanlokkelijker is dan het alternatief. 

En die doodenkele keer dat je dan toch zin hebt in pizza? Geniet daar dan ook van! 

Agribeten? Ik heb heel reële zorgen, mevrouw Fresco

Agribeten met kapsones. Stedelijke foodies, ongeïnformeerd en onwetend, met simplistische ideeën over boeren. Onderbuikgevoel. Een romantisch en conservatief beeld van hoe het boerenleven zou moeten zijn. Professor Louise Fresco trok deze week stevig van leer in het Parool. Beelden doemen op van bakfietsfietsmoeders uit Amsterdam-Zuid die dagelijks hun groene smoothies en broodvrije lunchtrommeltjes Instagrammen. “Allemaal bio hoor!” Van kleidrinkende tarwegrasgoeroes en zelfvoldane vegetariërs die pleiten voor kalfjes bij de koe, en anderen de les lezen terwijl ze niet willen weten wat er vervolgens met die kalfjes gebeurt (daar schreef ik laatst al eens een stukje over).  Het interview werd dan ook met gegniffel en instemming ontvangen, en enthousiast gedeeld op social media. 

Ik was wat minder enthousiast. Wat stond er nou eigenlijk? Kort samengevat: mensen uit de stad hebben allemaal maar meningen over voedselproductie, en ze hebben er geen fluit verstand van. Dus (werd niet gezegd, maar wel geïmpliceerd) ze moeten hun mond houden. Grootschaligheid en high-tech voedselproductie zijn dé manier om te zorgen voor voedselveiligheid en voedselzekerheid, en wie iets anders vindt is een onrealistische romanticus. 

boodschappen (Small)

Lokaal voedsel

Voor wie wel eens wat gelezen heeft van Fresco komt dat laatste niet als een verrassing. Als voorzitter van de raad van bestuur van de Universiteit van Wageningen is ze bij uitstek een spreekbuis van de agro-industrie. Maar de toon is in dit stukje ongekend fel en respectloos. En dat doet zeer. Persoonlijk zeer, ik voel me aangesproken. Ik woon in een stad, weliswaar niet in Amsterdam, maar toch. Ik ben geen boer of landbouwdeskundige, en heb een kritische mening over voedsel. Bingokaartje vol, zeg maar. Nou is schelden in plaats van argumenteren jammer genoeg met de dag normaler aan het worden, maar van een professor mag toch iets meer beschaving worden verwacht. Vind ik. Maar misschien komt dat door mijn kapsones, dat zou kunnen. 

Wat wil die onwetende stadsbewoner?

Maar wat wil die onwetende stadsbewoner nou eigenlijk? Dat blijft een beetje onduidelijk in dit stukje. Fresco heeft het over tomaten van de boerenmarkt, over kleinschalige productie. Over minder plastic, en bezwaar tegen voorgesneden groente. Het milieu komt ook even langs, maar vooral als iets waarin de agro-industrie het beter doet dan de lokale boer. 

tomaten

Seizoenstomaten, uit de streek. Zomer 2015.

Tsja. Dat doet niet echt recht aan mijn zorgen. Die gaan over dingen als het grootschalig verdwijnen van bossen. De longen van de wereld, opslag van CO2, enzovoorts. In Azië, in Afrika, in Zuid-Amerika – overal worden bossen gekapt om plaats te maken voor landbouw. Cashcrops voor de wereldmarkt. Soja en mais voor veevoer & de voedingsindustrie, en biobrandstoffen worden schijnbaar ook steeds meer een ding. Die bedreigde bossen zijn ook de leefomgeving van uitstervende diersoorten. We zitten middenin een door de mens veroorzaakte grootschalige extinctiegolf: diersoorten verdwijnen in een tempo dat voor het laatst gezien is toen de dinosauriërs uitstierven. 

Ook maak ik me zorgen over pesticiden, herbiciden, en de rest aan gifstoffen in ons voedselsysteem. Het hele idee om je eten te besproeien met vergif voelt gewoon verkeerd. Typisch een argument van ongeïnformeerde stedelingen, maar hé, misschien zit er toch wel iets in. Mensen boeren al zo’n 10.000 jaar. Pesticide wordt pas op grote schaal gebruikt sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen de chemische fabrieken door de uitbrekende vrede ineens niks meer te doen hadden. Dus werden de gifgassen ingezet om insecten en schimmels te vermoorden in plaats van mensen – nieuw verdienmodel voor de veranderde omstandigheden. Diezelfde draai van oorlogs- naar agro-industrie werd ook toegepast in de explosievenfabrieken: sommigen schakelden overnight over op de productie van kunstmest. 

Silent Spring

Dat kwam van pas, want de heersende stemming toen was “dat nooit weer”. Nooit meer oorlog, nooit meer honger. En de chemische industrie leek daar met de bestrijdingsmiddelen en kunstmest een prachtige bijdrage aan te kunnen leveren: de productie schoot omhoog, het leek niet op te kunnen. De negatieve gevolgen werden na een paar jaar duidelijk. Rachel Carson schreef in 1962 in haar boek Silent Spring over lente zonder zingende vogels. Pesticiden bleken door te dringen in de voedselketen, de biodiversiteit nam in rap tempo af. Dat beseften ook de verantwoordelijk politici. De Nederlander Sicco Mansholt, die als Europees landbouwcommissaris een van de grondleggers was van deze Groene Revolutie, kreeg op het eind van zijn leven spijt. Hij riep in 1972 met een openbare brief op tot meer aandacht voor de ecologische balans. Er werd niet geluisterd, de trein denderde door – maar er ontstond in die periode wel een milieu-beweging. Ik kan me nog herinneren hoe spottend daarover gepraat werd in mijn jeugd, begin jaren tachtig. Idealistische wereldverbeteraars die geen idee hadden van hoe het er in de echte wereld aan toe ging. Oh wacht eens, dat zei Fresco deze week ook weer. Hmm… 

boerenkool en knolselderij op snijplank

Klimaatverandering, zelfmoord, top soil

Maar goed. Dan heb ik het nog niet eens over klimaatverandering gehad. Over de massale bijensterfte, en de gevolgen daarvan. Als je weet dat een flink deel van de planten die we eten bestoven worden door bijen zet dat Fresco’s uitspraken over voedselzekerheid in een iets ander licht. Of over boeren over de hele wereld die sinds ze voor de wereldmarkt produceren gebrek lijden, omdat de prijzen niet opwegen tegen de investering. Boer zijn is tegenwoordig een fikse risicofactor voor zelfmoord. Europese veehouders, Aziatische rijsttelers… de marges zijn overal minimaal of niet bestaand, terwijl de rest van de voedselproductieketen in handen is van een beperkt aantal multinationals die grof geld wordt verdienen.  

Ik heb het niet gehad over bodemuitputting, of over het dierenleed in de bio-industrie. Over de gigantische verspilling die in het systeem zit ingebakken. Over wat de uitspoeling van nutriënten uit kunstmest aanricht in de zeeën. Daar, verborgen onder water, gebeurt nu waar Rachel Carson over schreef. Stilte. Dode zones. Vandaag al. Ik heb het niet gehad over de afhankelijkheid van oprakende fossiele energie en andere eindige hulpbronnen, over levenloze bodems en het verdwijnen van de top soil, of dat het tegenwoordig meer calorieën kost om voedsel te produceren dan dat dat voedsel aan calorieën opbrengt. 

Ik wil dat mijn kinderen ook wat te eten hebben

Om al die zorgen weg te wuiven als simplistisch, en onwetend… dat vind ik nou arrogant. Heb vertrouwen in de agro-industrie, zegt Fresco, want die zorgt voor “volume, luxe, diversiteit en voedselveiligheid.” Maar ik wil niet alleen vandaag wat eten, ik wil ook graag dat mijn kinderen en mijn kleinkinderen wat te eten hebben. Water om te drinken, lucht om in te ademen. Een levende planeet om op te wonen. Voor mijn kinderen, en voor kinderen elders, nu én in de toekomst. Ik heb niet het idee dat de agro-industrie in dat opzicht nou echt goed bezig is. 

bietensoep

En het is niet alsof er geen antwoorden zijn. Boeren, biologisch én gangbaar,  land- en tuinbouwdeskundigen uit alle hoeken, maar ook activisten, koks, ondernemers en voedseltechnologen zijn op allerlei fronten knetterhard aan het werk om ons voedselsysteem te verduurzamen. Groente, tomaten en anderszins, uit hightech-systemen kunnen daar zomaar een onderdeel van zijn. Of voedselbossen, stadstuinen, teeltwisseling en andere methodes die zijn ontwikkeld in de biologische landbouw. Landherstellende begrazingKorte keten landbouw: lokaal leverende tuinderijen, bezorgdiensten van streekproducten, voedselcollectieven. Slimme vleesvervangers en andere duurzame eiwitbronnen, en – mijn eigen stokpaardje – een stijl van koken die vooral gebaseerd is op lokaal seizoensgebonden aanbod. De eet-het-hele-beest-filosofie van Nel Schellekens, en het mannenvlees van de Firma Melkmannen

Geen ruzie over dogma’s

Laten we vooral ook geen ruzie maken over dogma’s. Misschien kan ook selectief en voorzichtig gebruik van kunstmest een deel van het antwoord zijn, of zelfs heel gerichte inzet van bestrijdingsmiddelen en GMO’s. Ik heb daar zelf niet per se een goed gevoel bij, maar die discussie laat ik graag over aan de deskundigen. Zolang de kaders maar duidelijk zijn. In de woorden van Slow Food: good, clean en fair food. Een eerlijker heden, een leefbare toekomst.

“Boeren produceren niet alleen vlees en zuivel”, zei Matthijs Schouten laatst in de Rode Hoed, “maar ook een landschap en biodiversiteit.” Laat ze dat dan doen. Beter doen. En laten we ze helpen. Door de obstakels eerlijk onder ogen te zien en waar mogelijk uit de weg te ruimen: vrijhandelsverdragen en andere wal-in-de-sloot-regelgeving, de doorgeslagen neo-liberale ideologie. Machtsconcentratie bij de supermarkten en andere multinationals. De legale bedriegerij in de voedingsindustrie, en inderdaad: gebrek aan kennis onder burgers en politici. “Smaak- en boerderijlessen op scholen”, om met Fresco te spreken, en zeker ook meer kennis bij de burger van de rest van het systeem. Kookles voor iedereen! Laten we vooral weer echt gaan koken. Omdat het gaat over de toekomst van de planeet.

Maar, mevrouw Fresco, als het niet gaat over koetjes, kalfjes en tomaten van de boerenmarkt, maar als gaat over de toekomst van de planeet, dan hebben wij stadsmensen dus ook recht op een mening. En op gehoor, en respect. Als mens, als aardbewoner. Agribeet of niet. 

 

Echt eten een luxe-hobby? Dacht het niet!

Er was weer eens ophef in voedingsland, dit weekend – dit keer over een interview met de Wageningse pakjes-en-zakjes-professor Tiny van Boekel die beweerde dat natuurlijk voedsel ongezond is. Mocht je het willen lezen, hier staat het. 

Daar zijn wel een paar opmerkingen bij te maken (Lees vooral het stuk dat MergenMetz schreef over het voortdurend herhaalde maar ernstig achterhaalde biologisch-kan-de-wereld-niet-voeden-argument!!!) maar dat ga ik nu niet doen. Ik moet namelijk vanochtend een persbericht schrijven voor de workshop Dagelijks vers koken – over echt eten in de praktijk, van de boer naar je bord, zonder pakjes en zakjes 😉 (Doe mee, er zijn nog plekken!)

Maar er was nog iets anders dat me opviel in de discussie die zich vervolgens op Foodlog ontwikkelde over dit stuk. Het is namelijk helemaal op z’n foodlogs: doordrongen van het idee dat biologische productie, vers voedsel en zelf koken een Westers elite-ding is in plaats van gewoon eten.

Wat ik me dus afvraag: hoe komen ze daar toch bij, die heren? Alleen al het bestaan van La Via Campesina, een grassroots boerenbeweging voor voedselsoevereiniteit, bewijst toch al hun ongelijk?

En ik heb het zelf op reis ook heel anders ervaren. Ongeacht in welk land je bent: eten, koken, en de kwaliteit van voedsel is altijd een gespreksonderwerp dat mensen met de meest uiteenlopende achtergronden verbindt. Lang geleden bijvoorbeeld ontmoette ik een kokkin in Thailand, die verrukkelijke gerechten kookte in een keukentje met amper meer dan een wokbrander en een klaptafel. Ik mocht kijken hoe ze curry maakte, en ondertussen vertelde ze over de markt waar ze haar producten kocht. Hoe ze juist op zoek ging naar groenten met een plekje, of met wat vraat. Want die zijn niet bespoten, dus beter, zei ze – ik kan me haar vurige blik bij die uitspraak nog goed herinneren. Daar was voor haar geen enkele twijfel over mogelijk.

En zo heb ik in de loop der jaren veel meer mensen ontmoet. In Europa, en daarbuiten. Heel gewone mensen, die het volstrekt logisch vonden om van goed voedsel een prioriteit te maken. Echt eten een hobby van identiteitszoekende rijke westerlingen? Nonsens, dat is niet meer dan een poging om de boodschapper monddood te maken bij gebrek aan echte argumenten.

Hebben jullie ook mooie verhalen over dat soort ontmoetingen?

Supermarktlogica: zoete aardappel is een seizoensgroente

Lezen jullie de Allerhande wel eens? Dat blaadje van de Albert Heijn, met recepten, reclame en andere leuke stukjes? Vast wel, ze gaan bij stapels de winkels uit. Want gratis hé, daar houden we in Nederland van. Maar wat krijg je dan gratis en voor niks? Desinformatie en onzin mensen, echt.

Lees verder

20.000 lezers, dieren en boodschappen

Ik schreef vorige week een stukje. Een stukje over vlees eten, of niet. Over zuivel, fatsoen, argumenten en klimaat. Nou ja, hier staat het, lees maar. Het raakte een snaar: het is ondertussen zo’n 20.000 keer gelezen, en meer dan 3.000 keer gedeeld op Facebook. Dat was even schrikken: normaal komen er hier zo’n vijftig bezoekers per dag, waarvan het merendeel op zoek is naar een recept voor pasta met witte saus. Welkom aan alle nieuwe lezers dus, leuk dat jullie er zijn.

Lees verder

Drie dingen die vleeseters niet meer willen horen

Een bevriende vegetariër deelde vanochtend dit stukje op Facebook: 14 dingen die vegetariërs niet meer willen horen. En ik snap het, echt. Het merendeel van de in het artikeltje genoemde dingen is gewoon dom: het soort opmerkingen dat je aan de kersttafel krijgt van klierende ooms die je uit de tent willen lokken. Dus als alle mensen die just for the fun of it graag andere mensen lastig vallen over hun voedselkeuzes nu even iets anders gaan doen…

Lees verder

Boodschappenfrustraties: tomaten in november

tomatenMeestal vind ik het erg fijn om bewust bezig te zijn met eten. Prachtige verse groente, direct van de boerderij. Appeltjes uit de boomgaard. Zelfgeplukte sla. Een mooi stukje vlees van een koe of buffel die heerlijk in een natuurgebied heeft kunnen grazen. Eten dat de planeet niet vervuilt, de bodem niet uitput, maar dat juist bijdraagt aan een mooiere wereld*.  Maar soms… Soms moet ik in de supermarkt zijn, net als iedereen. Meestal gaat dat prima, maar er zijn van die dagen, dan kom ik totaal gefrustreerd en met vrijwel lege handen thuis. Niet altijd hoor, maar soms… Gek word ik dan van mezelf. Lees verder

Onzielige kipjes en heerlijke paddenstoelensaus

Wie mij volgt op Twitter of Instagram heeft het misschien al wel meegekregen: ik eet deze weken veganistisch. Vegetarisch voor gevorderden zeg maar: geen vlees & vis, maar ook geen zuivel, eieren of andere dierlijke producten. Vandaag is dag 7, van de 21, en tot dusver valt het me ontzettend mee. Sterker, we hebben deze week gewoon vreselijk lekker gegeten. En dat vind ik niet alleen, maar man en kinders ook. Tijd voor een blogje dus. Maar voordat ik jullie lekker ga maken met al het lekkers dat hier op tafel kwam wil ik het eerst even hebben over het waarom. Ik ga na deze periode geen full-time veganist worden, dat past niet bij mij. Maar ik zou wel vaker puur plantaardig willen gaan eten. Vaker dan ik nu doe. Veel vaker. Want toen ik weer eens kritisch naar ons eetpatroon keek realiseerde ik me dat we eigenlijk best wel veel dierlijke producten eten. Belachelijk veel, eigenlijk. Bij bijna iedere maaltijd, en ook nog wel eens tussendoor.

Veel, meer, meest

Hoe zit dat dan? Wij eten regelmatig vegetarisch, maar ik merk dat ik dan toch vaak kies voor eieren of zuivel. En hoewel ik heel bewust inkoop, gaat er best veel door heen in een week. Meerdere liters zuivel, flink wat kaas, 2-3 pakjes boter, regelmatig een flesje room. 10 of meer eieren. En dat zitten er ook nog wel eens dierlijke producten in die paar kant-en-klaar producten die ik koop: ei in mayonaise (ik ben onredelijk voorzichtig met rauw ei, dus die maak ik niet zelf), van alles in koekjes (chocoladekoekjesverslaving) en (#sorrynotsorry) ijs. En dat heb ik het nog niet eens over de yoghurt bij het ontbijt, een beker (karne)melk tussen de middag, en boter en kaas op brood. Het is best veel, ik zei het al.

En tsja… de keiharde waarheid is dat voor zuivel & eieren precies dezelfde argumenten vallen aan te voeren die gelden voor het eten van vlees. Denk aan melkkoeien die niet in de wei komen, stiertjes & haantjes die geen nut hebben in de productieketen, en allerlei ingewikkelde toestanden rondom het voer. Eigenlijk zou ik met zuivel hetzelfde willen als ik doe met vlees: minder en beter. En dan moet ik dus uitzoeken waar mijn zuivel vandaan komt (daar kom ik op terug!) En leren om beter plantaardig te koken.

Maar ja, hoe doe je dat? Ik heb zat dingen die ik wil leren. Zelf vegaburgers maken bijvoorbeeld. Sausjes maken zonder room, boter of melk. De wondere wereld van het zelf maken van plantaardige “zuivel” verkennen. Meer doen met peulvruchten. En zoals altijd minimaal kant en klaar uiteraard: geen poeders uit een zakje, geen sojavla of namaakmayo. Want dat is zoals jullie weten niet zo mijn ding. Maar wat hebben we dan zoal gegeten deze week? Nou, dit!

Dag 1, pasta met tomatensaus en sla

Veganchallenge dag 1. Spaghetti-squash met Oost-Indische kers-pesto, pasta met tomatensaus (met eekhoorntjesbrood voor wat extra hartigheid). Sla van rucola, komkommer & hennepzaadjes.

Dag 2, gewokte groenten

Veganchallenge dag 2. Gewokte snijbiet, bloemkool & bosuitjes, met in tamari gemarineerde tofu. Erbij rijst en een komkommerslaatje met sesamzaadjes.


Dag 3, linzensoep

Veganchallenge dag 3. Kruidige soep van rode en bruine linzen, ui en zoete aardappel met heel veel koriander. Nomnomnom…

dag 4, Paddenstoelensaus, vegetarische kipstuckjes met rijst en sla

Veganchallenge dag 4. Paddenstoelensaus met opgebakken rijst, Vegetarische Kipstuckjes en sla met courgette.


dag 5, pizza

Veganchallenge dag 5. Homemade pizza. As usual niet rond, dat lukt me nooit. Met artisjok, ui, champignons, geroosterde zonnebloempitjes en basilicum & rucola.

dag 6, linzensoep versie 2

Dag 6, snel en makkelijk want weekend: linzensoep van de eerder deze week gemaakte linzenpuree. Met snel geroerbakte snijbiet.


Niet verkeerd toch? We waren vooral heel erg enthousiast over de paddenstoelensaus van dag 4. Superlekker, zuivelvrij, licht en zelfs relatief simpel. Receptje? Dat vind je hier!

Onzielige kipjes

En die onzielige kipjes? Die waren van de Vegetarische Slager, namaakvlees op basis van soja. En hoewel ik wat sceptisch was zijn we om: hij is heerlijk. Niet voor dagelijks, ik hoef niet iedere dag soja, maar voor af en toe is het prima. En volgens mijn zoon van 6, die natuurlijk regelmatig lastiggevallen wordt met verhalen over dieren die al dan niet een goed leven hebben gehad, zijn dit echt “onzielige kipjes”. “Zelfs niet een klein beetje mama”. Ja, en daar heeft ‘ie dan wel weer een punt. Meer lezen over mijn avonturen in de veganchallenge? Volg me op Twitter of Instagram!

Sla op de composthoop – en “Baas op eigen Bord”

Vanmiddag heb ik groene blaadjes geplukt in de tuin. En die vervolgens die op op de composthoop gegooid, omdat ik niet met 100% zekerheid kon zeggen of het nou sla was of oneetbaar onkruid. Beetje jammer. Dat kwam zo: ik heb me onlangs door iemand die er verstand van heeft laten uitleggen dat zo ongeveer al die woekeraars in mijn tuin prima eetbaar zijn. Zevenblad, paardenbloem,  hondsdraf, muur, weegbree, brandnetel: kunnen allemaal prima in de sla, soep of stamppot. Helemaal in mijn straatje, natuurlijk. Verser, lokaler en duurzamer wordt het niet: planten eten die zomaar spontaan in mijn tuin groeien. Alleen het stomme is: de plantjes in mijn tuin groeien natuurlijk niet volgens het boekje. Daar sta je dan, met je vergiet. Duizend plaatjes op internet, maar de zevenblad in mijn tuin heeft vaker 3 dan 7 blaadjes. En die kruiper, daar, is dat nu echt zeker weten hondsdraf? Ik vind het spannend,ben bang mijn gezin ziek te maken. Sterker, een ander verstandig persoon vertelde me een tijdje geleden dat je een sufferd bent als je iets in je mond stopt waarvan je niet zeker weet wat het is. Klinkt logisch, niet? Maar ehm… ik weet niet hoe het met jou zit, lieve lezer, maar ik doe dat dagelijks. Dingen in mijn mond stoppen waarvan ik niet exact weet wat het is. Waar het vandaan komt, en hoe het geproduceerd wordt. Onder welke omstandigheden, met welke hulpstoffen, en of boeren & arbeiders een fatsoenlijk inkomen verdienen met wat ze produceren. En dat wil ik niet meer. Ik wil weten wat ik eet. Of het nou uit mijn tuin komt of van elders. Ik wil het hele verhaal weten. En dan zelf kunnen beslissen of ik dat ok vind. En aangezien zulks niet op het etiket staat ga ik dat dus zelf maar vragen.  Bij de bakker, de slager, de boer. En *tromgeroffel* onder de naam “Baas op eigen bord” wordt dat een nieuw onderdeel van deze site. Een blog over mijn zoektocht naar duurzamer eten. Die dus vandaag opent met een puntje voor de todolist: uitvinden wat er precies groeit in mijn tuin, en die planten met zoveel zekerheid kunnen determineren dat ik er met een gerust hart van durf te plukken. Wie helpt me beginnen? Wat zijn dit voor plantjes in mijn tuin?

P1140311

1. Ja, deze weet ik natuurlijk, dit is zevenblad.

P1140340

2. Maar is dit ook zevenblad? Met drie blaadjes? Gaan die nog splitsen of zo?

P1140319

3. Robertskruid dacht ik, krijgt roze bloemetjes

P1140321

4. Hondsdraf, toch?

P1140322

5. Geen idee, maar het groeit hier bij bossen.

P1140329

6. Nog niet eerder in de tuin gezien, deze. Doet me denken aan kool…

P1140363

7. Alweer geen idee

P1140366

8. Een kruiper. Is dit muur?