Auteursarchief: Anouk

So nice being green: pannenkoekjes met snijbiet en tuinmelde

Deze komt hoog op mijn lijst van mafste minder voor de hand liggende gerechten. Groene pannenkoekjes met regenboogsnijbiet en tuinmelde, met als toppings een nepkimchi van spitskool, een per-ongeluk-stoofje van savooiekool, berglinzen & dadels, en grove houmous. Lees verder

Potluck: Eten met al je zintuigen

Mijn eerste kennismaking met mindfulness was een oefening met een rozijn. Ga zitten, was de opdracht. Neem de tijd. Kijk naar de rozijn. Neem hem waar: de kleur, de vorm, de kreukels, de glans. Voel: is hij glad of plakkerig, warm, koud, of neutraal. Stop hem in je mond, en voel ook daar: het taaie velletje, de zachtheid van het vruchtvlees. Proef de zoete fruitigheid, het zweempje zuur.

In de oefening ging het niet om de rozijn, maar om de aandacht. Ik vond het mooi: een respectvolle, verrijkende manier om naar m’n eten te kijken. En ik vind het nog mooier als het wèl om de rozijn gaat, of óók om de rozijn.  Verbinden met je voedsel, door echt te kijken, te voelen, te proeven. Met al je aandacht, al je zintuigen. Waarbij je je ook verbindt met de herkomst van het voedsel: de wetenschap dat die rozijn ooit een druif was die groeide aan de struik in mijn tuin geeft de verbinding letterlijk wortels.

druiven

Ik vind het heel fijn dat ik in samenwerking met Hans van der Vlis van Commovendo in Deventer dit onderwerp mag uitdiepen via een terugkerende gezamenlijke potluck-maaltijd, waarbij iedereen welkom is om te komen mee-koken en/of mee-eten.

Potluck

Een potluck houdt in dat alle deelnemers een klein gerechtje meebrengen waarvan iedereen kan proeven. Je mag het zo eenvoudig of ingewikkeld maken als je zelf wilt, als het maar jouw idee bij het thema “Eten met al je zintuigen” weerspiegelt. Leg de lat niet te hoog (mag wel natuurlijk!) – het gaat ook vooral over het plezier van het experimenteren met een gelijkgestemd gezelschap. Vind je iets koken ingewikkeld, maar ben je wel nieuwsgierig? Dan mag je ook gewoon komen mee-eten! 

Koken buiten de gebaande paadjes

Maar wat kook je dan? Wat is dat, eten met al je zintuigen? Culinair spelen, niet meer of minder. Met hoe je gerecht eruit ziet, hoe het aanvoelt, klinkt wanneer je het maakt of opeet – en natuurlijk hoe het ruikt of smaakt. Denk aan contrasten intexturen en mondgevoel, of kou vs. warmte. Smaakvariaties: zachte en milde smaken, of juist het heftige, het scherpe, het bittere. De schoonheid van eetbare bloemen, en de verrukkelijke afstotendheid van een gerijpte kaas die ruikt naar stinksokken.  Het mag maf, gek, raar, uit onze culinaire comfortzone! Koken buiten de gebaande paadjes, proeven voorbij lekker. Eten met al je zintuigen. Wie durft?

IMG_5020

 

 

Praktisch

Hoe werkt het:

Je kookt geen volledige maaltijd, maar een klein gerechtje waarvan iedereen kan proeven. Je mag het zo eenvoudig of ingewikkeld maken als je zelf wilt. Leg de lat niet te hoog (mag wel natuurlijk!) – het gaat ook vooral over het plezier van het experimenteren voor een gelijkgestemd gezelschap.

Ik zorg sowieso voor een (plantaardige) salade en/of soep, brood, en kom natuurlijk zelf met een themagerechtje.

Aanmelden:

Je geeft je op door uiterlijk 3 dagen van te voren je naam, telefoonnummer en mailadres te sturen aan Hans van der Vlis via 06-12 91 71 71 of info@commovendo.nl of bij mij, via 06-130 600 68 of anouk@alleszelfmaken.nl. 

Laat even weten of je een gerechtje meebrengt, of dat je alleen wilt mee-eten.

Wanneer de inschrijving gesloten is krijg je een mail van me met het aantal deelnemers, en of er mensen zijn met bepaalde dieetvoorkeuren.

Kaders:

Echt eten is het uitgangspunt: liefst lokaal en biologisch, en het is fijn als je kunt vertellen waar en door wie je ingrediënten geproduceerd zijn. Liever geen pakjes en zakjes, grote hoeveelheden suiker of vlees uit de bio-industrie.

Diëten?

Vermeld bij aanmelding het ook even als je vegetarisch eet of andere dieetvoorkeuren hebt. De andere deelnemers worden daarvan op de hoogte gesteld, maar iedereen is vrij om te bepalen wat hij/zij daar mee doet.

Eerstvolgende data:

Zie de agenda

 

Kosten:

Voor deze maaltijd betaal je vooraf 5 euro per persoon als je iets meeneemt en 15 euro als je alleen wilt komen eten. Achteraf bepaal je via Waarde Bepaling Achteraf of je meer wilt bijdragen. Zie ook http://www.commovendo.nl/waarde-bepaling-achteraf/. Je kunt het bedrag overmaken op bankrekeningnummer NL 12 TRIO 0254 8298 80, ten name van Commovendo Deventer. Graag onder vermelding van ‘Eten met Anouk’ en de datum.

Locatie:

Commovendo, Bergschild 14, 7411 EM Deventer. Zie www.commovendo.nl/

Er is een keuken aanwezig waar je indien nodig je gerechtje kunt afmaken of opwarmen. Het is (gezien de beperkte tijd) niet heel handig als je je gerecht ter plekke nog helemaal moet gaan maken.

Radijsjes: meer dan snoepgroente

In mijn tuin zijn het nog mini-kiemplantjes, maar uit de (koude) kas zijn ze er al weer: radijsjes. Na worteltjes mijn favoriete snackgroente. Ik maak ze schoon, zet ze in een bak water in de koelkast, en opeens… zijn ze op. Oeps. Tijd voor een nieuwe bos. Voor in het eten. 

radijsjes

Net als de raapsteeltjes waar ik laatst over schreef komt de radijs uit de kruisbloemigenfamilie, de BrassicaceaeDie plantenfamilie omvat ook alle kolen en mosterdachtigen, en is herkenbaar aan de in een kruisje tegenover elkaar staande bloemblaadjes. Daarnaast is de pittige mosterdsmaak een duidelijk signaal. 

Niet alleen de knolletjes, de radijsjes zelf, zijn eetbaar, maar ook het blad en – als ze uit je eigen tuin komen – ook de bloemetjes en bloemknopjes. Maar wat kun je er mee, behalve ze uit de koelkast snoepen?

Snoepen op stand

Combineer radijsjes op een mooi bordje met andere rauwe groenten (worteltjes, bleekselderij, komkommer, bloemkool, paksoi-stengels), lekker brood, een goede olijfolie en wat zout. Heel veel meer heeft een mens niet nodig – hoewel, een schaaltje aioli of een lik auberginedip is er ook wel erg lekker bij – om nog maar te zwijgen van een stukje droge worst. (Ik ben de laatste tijd een beetje verliefd op die van Brand&Levie.)

Salades

Radijs geeft natuurlijk ook een lekker pittig accent aan je salades. Deze vind ik leuk: van Chicks love food met asperges en spelt. Of combineer de radijs met komkommer, spinazie en ras el hanout: een recept van Francesca Kookt. En ik maakte ook al eens deze salade, uit Plenty van Yotam Ottolenghi: met avocado, quinoa en tuinbonen wel goed voor extra hipsterpunten, maar desondanks erg lekker. 

Alleen… tsja. Het zijn leuke recepten, maar met komkommer, asperges, avocado & quinoa heeft het weinig meer te maken met seizoensgroenten en lokaal eten. En daar ging het in deze serie blogjes wel om. Dus. Gooi je radijsjes maar in een salade van wat er nog in de koelkast ligt. Hier lees je mijn tien tips voor een supersalade. 

salade radijsjes venkel peterselie

Asian style

Radijs kan ook heel goed in oosterse gerechten. In een bahn mi bijvoorbeeld, een Vietnamees gevuld broodje. De Groene meisjes bedachten een sushi bowl met onder andere radijsjes, zeewiersalade, (alweer) avocado en norivellen. Nice!  Ik maakte ook al eens deze noedelsalade van Jamie Oliver (waarbij je je niet moet laten imponeren door de waslijst aan ingrediënten, en ik laat zelf het vlees weg of halveer de hoeveelheid). 

Gestoofde radijs met zeekraal – of met prei

Een van de spannendste radijsrecepten die ik vond was (zoals wel vaker) van de Britse kok Yotam Ottolenghi: in boter gebakken radijs met zeekraal, nieuwe aardappeltjes en dragon. Zeekraal is een “zilte groente”, die als bijzondere eigenschap hebben dat ze zich thuis voelen in een zoutrijke bodem. Het wordt gekweekt door Texelaar Marc van Rijsselberghe – die heel toevallig vroeger regelmatig aan de keukentafel in mijn ouderlijk huis zat. Zijn zilte groente en dito aardappels zijn zeer de moeite waard, en te koop op Texel en via (de webwinkel van) de Ekoplaza. Vanaf mei is er weer zeekraal, dan zal ik dit recept zeker eens uitproberen. En als je zilte groente net zo spannend vindt als ik, hou dan vooral Zilt kombuis op Texel in de gaten. Sharon doet spectaculaire dingen met ijskruid, lamsoor en zeekool! 

Maar radijsjes in boter kunnen natuurlijk ook zonder zeekraal. Ik stoofde ze samen met prei, maakte het geheel af met een drupje citroensap, en at ze met couscous, kip en een slaatje. Dat bleek voor herhaling vatbaar: gestoofde radijsjes zijn hun scherpte kwijt, hebben nog steeds wat crunch, en smaken uitgesproken aards. Wij vonden ze lekker! 

radijsjes

Kimchi of pickles

Hoe kan ik het vergeten. Radijsjes kunnen natuurlijk in de kimchi: een gefermenteerd Koreaans gerecht van Chinese kool, knoflook, scherpe pepers en gember. Aangevuld met groente naar keuze, maar traditioneel gaat er rammanas of daikon in: de grote broers van onze radijsjes. Het is erg hip, dat fermenteren, en hartstikke leuk ook. Qua smaak is zelfgemaakte zuurkool onovertroffen. En het is ook nog eens gezond: de bacteriën erin zijn schijnbaar helemaal super voor je darmflora. Plus: het is een traditionele conserveringsmethode, waar verder geen fossiele brandstof of ingewikkelde hulpmiddelen aan te pas komen. Mijn oma maakte nog zelf zuurkool, en het voorkwam scheurbuik bij zeelieden in de Gouden Eeuw. Helemaal in mijn straatje allemaal, dus ik volgde zelf een workshop bij de Groene Kookacademie. Gezellig, leerzaam en inspirerend, echt – niets dan lof. Ik weet nu hoe het moet. Het enige is, ik merk dat ik het zelf erg lastig vind om fermenten echt in m’n eetpatroon op te nemen. Ik heb heerlijke kimchi gemaakt, en superzuurkool… maar het komt gewoon niet op tijd op, waardoor het alsnog op de composthoop belandt. Tsja. Beetje jammer.

fermenten

Wat wél werkt in mijn huishouden zijn quick pickles, op basis van azijn. Water, azijn, suiker, zout, specerijen, groente. Na een nachtje in de koelkast heb je superlekker tafelzuur dat ook nog eens wekenlang houdbaar is. Niet probiotisch, met suiker, stukken minder verantwoord allemaal dus: maar we eten het wél op. En dat geeft dan toch de doorslag. Vooruit, ik doe het recept erbij, hier is de PDF: recepten quick pickles. Geen recept met radijsjes overigens, maar die kunnen er dus ook goed in. 

Heb jij verrassende recepten met radijsjes? Of fermentatieverhalen? Vertel het me in de comments! 

Nieuwe serie: koken met concepten

Mag ik eens op een stokpaardje klimmen? Het hoeft allemaal niet zo moeilijk te zijn, dat koken. Als je de logica achter een bepaald soort gerecht snapt, dan kun je daar eindeloos op variëren, afhankelijk van wat je in huis hebt, het weer, de toestand in de wereld, de beschikbare tijd en je eigen humeur.

Die logica, dat gaat als volgt: soep is één of meerdere ingrediënten gekookt in water of bouillon. Quiche is deeg met vulling en iets om één en ander aan elkaar te plakken. Salade is groente met dressing, vulling en versiering. Etcetera.

Daarom word ik altijd een beetje giegelig van heel exacte recepten. Zoveel gram van dit, een halve paprika dat, een theelepel zus… Echt koken werkt niet zo. Echt koken is combineren, proeven, proberen. Leren wat je zelf lekker en handig vindt. Hoe de principes werken.

Mocht je je ooit afgevraagd hebben waarom ik weinig tot geen vaste hoeveelheden geef in de recepten op alleszelfmaken.nl: dat is dus om deze reden. In een restaurant of productiekeuken moet een bepaald gerecht aan een duidelijk omschreven verwachtingspatroon voldoen. Thuis geldt dat minder tot niet: thuiskoken is aanrommelen. Maar niet in het wilde weg natuurlijk: aanrommelen op basis van kennis en ervaring.

Echt koken is aanrommelen op basis van kennis en ervaring

Ik loop hier al een tijd over na te denken, te zoeken naar precies het juiste woord. Koken zonder recepten, improviserend koken, koken met formules, sjablonen, ideeën…. maar nu heb ik het. Koken met concepten, dat is het. Dus bij deze, een nieuw blogonderwerp. Er zijn er al een paar, meer stukjes zullen volgen in de nieuwe reeks blogjes Koken met concepten

koken-in-concepten-kleiner

Credits due: met dank aan Hillegonda van Elteren van Herba Sanitas, bij wie ik dit seizoen een uiterst leerzame kruiden- en wildplukcursus volg. Zij begon over het “concept zalf”, en het “concept pesto” – en ik stuiterde vervolgens de lesruimte door. Dat was het juiste woord, eindelijk. 

Wil je volgen? Like dan mijn Facebookpagina, volg me op Twitter, of meld je aan voor de nieuwsbrief. 

 

 

10 tips voor een supersalade

Een tweede artikeltje in de nieuwe serie koken met concepten. Hoera! Over salade deze keer. Dat kwam zo: ik was een stukje over radijsjes aan het schrijven dat ontaarde in een verhaaltje over salade in-het-algemeen. Dus daarom: het concept salade – met 10 tips voor een supersalade.

Het concept salade: groente, vulling, dressing, versiering

10 tips supersalade

Salade begint natuurlijk met groente. De meeste mensen denken bij sla vooral aan groene blaadjes, maar laat dan die ijsbergsla lekker liggen en kies groen spul dat ergens naar smaakt. Gemengde sla uit de winkel is helemaal niet onaardig – maar het kan interessanter, en vooral stukken verser. 

Alle soorten eetbaar groen kunnen in je salade. Kropsla, veldsla, spinazie, raapsteeltjes, postelein, andijvie, rucola, zuring, blaadjes van Oost-Indische kers,  snijbiet, alle soorten tuinkruiden. Zaai groene blaadjes in je tuin, in een pot naast de achterdeur of desnoods in je vensterbank. (Tip: kwekerij De nieuwe tuin verkoopt hele leuke sla-mengsels voor ieder seizoen.) En voor mensen zonder groene vingers en mét een beetje tuin: een hoop soorten “onkruid” kunnen ook in de sla. In mijn eigen stadstuin pluk ik onder meer paardenbloemblad, hondsdraf, muur, knopkruid, veldkers en melde. Jonge blaadjes van de linde. Sla die je niet eens hoeft te zaaien. What’s not to love.  

Tip 1. Zaai groene blaadjes in je tuin, of in een pot naast de achterdeur – en leer wat er verder eetbaar is in je tuin

IMG_2688-0.JPG

Een salade met natte groene blaadjes wordt niks. Gewassen bladgroente maak je droog met een theedoek, of – sneller en beter – in een saladecentrifuge. Ik heb er één van de kringloop, was twee euro, in jaren-70-knaloranje. Tupperware, dus onverslijtbaar. Topding. 

Tip 2. Maak je ingrediënten droog 

Maar er kan natuurlijk veel meer aan groente in je salade. Naast de usual suspects (tomaat, komkommer, radijs) zijn er allerlei soorten groenten die je normaal kookt of bakt die heel goed rauw in je salade kunnen. Bloemkool & broccoli in miniroosjes. Biet, koolrabi, wortel, prei of asperges in flinterdunne plakjes. Fijngesneden kool (mits je rauwe kool kunt verteren natuurlijk) – en dat kan ook met spruitjes. 

Maak een rondje door je groentela. Alles wat er nog een beetje aanlokkelijk uitziet kan rauw in je sla: bijna alle groenten kunnen rauw worden gegeten. Voor zover ik weet zijn de grote uitzonderingen boontjes (want bevatten lecitine), groene delen van aardappels (bevatten de giftige stof solanine, en lijken me sowieso niet zo lekker…) en mogelijk aubergine en champignons en andere paddenstoelen (maar daar zijn de meningen over verdeeld). Enne… neem zoiets nooit uit één bron aan, ook niet als ik dat ben: bij twijfel Google raadplegen of gewoon niet doen.

Tip 3. Bijna alle groenten zijn rauw lekker

Maar rauw hoeft natuurlijk niet. Een enkel spruitje snij je zo in plakjes, maar een salade met een handvol bloemkool is lekkerder als die bloemkool even geroerbakt of gestoomd wordt. Ik vind het lekker om verschillende rauwe ingrediënten te combineren met een enkel warm of gaar ingrediënt: in de salades op de foto’s zit van links naar rechts geroerbakte bloemkool met specerijen, gestoomde peultjes en gebakken aubergine. 

sla met spicy bloemkool en zoetzure uien IMG_3529 d3-lunch salade aubergine

 

 

 


Tip 4: Maar gaar kan ook

Waar het om gaat is dat je groentes combineert die een verschillende textuur, een verschillende mondgevoel, hebben. Zacht, hard, knapperig, smeuig – enzovoorts. Rauw, net uit de pan – of eerder bereid. Kliekjes zijn super in de sla: een handvol gestoomde boontjes, drie overgebleven stronkjes broccoli, wat overgeschoten in de oven gebakken pastinaak, pompoen of (in de zomer) courgette en aubergine: ideaal in de lunchsalade. 

bietjes met lentegroen

Tip 5: Varieer in mondgevoel

Over kliekjes gesproken: restjes gekookte granen, peulvruchten, vlees of vis zijn ideaal als vulling in je salade. Want sla heeft behalve groente vulling nodig, anders heb je na een uur alweer trek. Ik wel tenminste. Als je geen kliekjes hebt kunnen bonen uit blik ook (kikkererwten!). Of noedels, gerookte makreel, een half blikje sardines (goed voor je vetzuren!), een gekookt ei, een in reepjes gesneden omelet, of een handvol nootjes.

Tip 6: Zorg voor vulling

Groente, vulling… tijd voor dressing. To dress is aankleden in het Engels, en dat is precies de juiste omschrijving. Zonder dressing is een salade naakt.

Je kunt natuurlijk vinaigrette van recept maken (deze bijvoorbeeld, of deze), maar vaste lezers zal het niet verbazen dat ik meer van de grote lijnen ben.

  1. Doe een plens lekkere olie in een kom
  2. Doe er een beetje azijn of citroensap bij 
  3. En zout (niet te zuinig)
  4. Voeg – afhankelijk van je humeur en de ingrediënten van je salade – smaakmakers toe: peper, mosterd, honing, fijngehakte kappertjes of peterselie – whatever. Experimenteer.
  5. Klop, proef, pas aan. 
  6. Doe je salade in een grote kom en schep de vinaigrette er door. Niet te weinig, je moet het wel proeven. Maar ook niet zoveel dat je salade een natte kledderbende wordt.  

Dressing kan trouwens ook een bestaande saus of dip zijn. Knoflooksaus over? Humus? Baba ganoush? Pesto? Tahinsaus? Guacamole? Tapenade? Niet moeilijk doen, is allemaal lekker – mik het door je salade. Desnoods aangevuld met wat extra olie of een schep yoghurt. Klaar. Maar, eh… nooit sladressing uit een fles hé? Da’s namelijk niet zo lekker (want gezouten suikerwater met bindmiddelen en smaakstoffen). Daar zijn we het vast over eens. 

IMG_4426

Tip 7: Kleed je salade aan 

En als de dressing dan het jurkje van je salade is, dan maak je ‘m natuurlijk af met een bloemetje in het haar. Want het oog wil ook wat. Ik <3 eetbare bloemen, maar het gaat vooral – alweer – om contrasten. Kleurverschil in je ingrediënten maakt je salade interessanter. Een salade van (groene) spinazie met (groene) tuinbonen en (groene) asperges oogt stukken leuker als je die combineert met radijsjes, eikenbladsla, worteltjes en/of bietjes. Of fruit: stukjes sinaasappel, aardbeien… nou ja, je snapt het. 

IMG_5020

Tip 8 Breng kleur op je bord

Naast kleur is versiering ook crunch. Geluidsversiering 😉 De laatste jaren is de voorraad zaden en pitten in mijn keukenkast flink gegroeid: naast de zonnebloemzaadjes en pompoenpitjes heb ik meestal ook hennep-, chia-, lijn-, sesam-  en/of  nigellazaadjes in huis. Doe een schepje door je salade voor het geluidseffect. Dat kan gewoon zo, of je verwerkt ze tot hartige granola of (mijn huidige verslaving) dukkah: een Egyptisch specerijennotenmengsel. Nomnomnom…  

Ook lekker qua crunch, en een fijn staaltje restverwerking: croutons van oud brood

Tip 9: Voeg crunch toe

En tot slot: doe niet alles tegelijk. Keep it simple. Een maaltijdsalade heeft wat body nodig, maar als je sla maakt als bijgerecht zijn drie ingrediënten, wat pitjes en een dressing al helemaal prima. 

salade radijsjes venkel peterselie

Op de foto: mijn sla van gisteravond, voor naast de wortelstamp: in reepjes gesneden venkel, plakjes radijs en grof gehakte peterselie. Met sesamzaadjes en wat van de yoghurt-mayo-dip die de kleuter moest verleiden haar bord leeg te eten. Vijf ingrediënten, twee minuten werk. Easy peasy. 

Tip 10: keep it simple

Ik vind het leuk als mijn lezers terugpraten! Daarom een vraag: wat is jouw favoriete salade-ingrediënt? 

 

 

Weg met het perfectionisme: 5 vuistregels om duurzamer te eten

Long overdue: een Lekker van ’t land-blogje over radijsjes, een stuk over melk & koeien, én een fijn sausjesrecept. Komt er allemaal aan – maar niet vandaag. Want ik wil het even hebben over perfectionisme. Over dat je soms echt helemaal geen zin hebt om te denken “wat zit hier eigenlijk in”, “waar komt dat precies vandaan” en “is zus & zo wel fatsoenlijk geproduceerd”? Dat je soms ontzettende trek hebt in pizza met salami, of dat je per ongeluk ergens gaat eten waar de vegetarische keuze beperkt blijkt tot één enkel onaantrekkelijk gerecht met paddenstoelen. Dat je even snel boodschappen wilt doen, rats-rats-klaar –  want je hebt nog meer te doen. Dat je vandaag eens niet de afweging wilt maken tussen goedkoop-maar-van-twijfelachtige-herkomst en peperduur-maar-waarschijnlijk-beter-voor-de-planeet, waarbij je ook moet denken aan het peil van je bankrekening, de toestand in de wereld, de weersverwachting en wat er ook weer in het seizoen is deze maand.

Hou toch op zeg! Waarom moet eten zo moeilijk zijn? En hop, daar gaat het koppie weer: terug het zand in. Want je kunt het toch nooit goed doen, dus laat ik dan maar ophouden met nadenken. Anders speelt het schuldgevoel te veel op. 

Dat, dus. Herkenbaar? Laat ik het nog eens herhalen:

Je kunt het nooit helemaal goed doen.

In  deze maatschappij is het (zo goed als) onmogelijk om ALTIJD duurzame keuzes te maken. En als je dat toch probeert lijd je vermoedelijk aan een duurzaamheids-tegenhanger van orthorexia: die modieuze dwangstoornis waarbij mensen zich zo druk maken over gezond eten dat ze een beetje van het padje raken. Nu duurzaam eten wat meer in de belangstelling komt zal het vast niet lang duren voordat één of andere krant met een stukje komt dat het allemaal maar belachelijk is en dat mensen vooral weer gewoon moeten gaan eten (en ophouden met nadenken). Oh wacht – dat stukje was er al. En daar vond ik wat van. 

Anyhoe. Punt is: we leven in een wereld waar de productie van zo ongeveer alles bijna altijd ergens schade doet. Bij iedere vraag die je beantwoordt doemen er weer vijf nieuwe op. Of vijftien. Of vijftig. Het is om wanhopig van te worden. Dat is ook niet onterecht: die wanhoop is volgens mij een heel gezonde reactie op wat we de aarde aandoen. Maar perfectionisme, en vooral de psychologische cirkel van falen en schuldgevoel die daar bijhoort, gaat daar geen oplossing voor bieden. Sterker nog: het helpt ons van de wal in de sloot. 

dontletperfectbetheenemyofgood

Foto via Pinterest.

De 80-20 van duurzaam eten

Ik las gisteren een (oud) blogje van De Groene Vrouw over gezond eten & perfectionisme, en ik dacht: ja, dat geldt dus ook voor duurzamer eten. Kernpunt: Don’t let perfect be the enemy of good.  Probeer het niet 100% goed te doen. Dat lukt toch niet, waardoor je gefrustreerd raakt en de handdoek in de ring gooit. Wat wel helpt is het structureel duurzamer keuzes maken in de hoofdlijnen van je eetpatroon. Waarbij de 80-20-regel een prima handvat is. Wat dat ook weer was? Dat je met 20% van de inspanning 80% van het resultaat bereikt. Bij mij betekent dat op dit moment bijvoorbeeld:

  • dat het grootste deel van onze voedsel biologisch, lokaal en van het seizoen is, maar dat ik me niet druk maak over eventuele pesticiden op die enkele komkommer die ik zonodig snel even haal bij de Turkse supermarkt in de straat. Ik maak dan wel weer bezwaar wanneer manlief doet alsof hij echt gelooft dat 1*-beter-leven-scharrelvlees eigenlijk ook bijna biologisch is. 
  • dat ik buiten de deur zo goed als standaard vegetarisch eet – en als het even kan veganistisch. Maar ik ga ook rustig met de kinderen een niet-bio roomijsje eten om te vieren dat het mooi weer is.
  • dat ik graag en met liefde met iedereen een gesprek aan ga over voedsel en milieu, over dierenwelzijn, biodiversiteit en klimaat – maar wanneer ik bij iemand te gast ben & een stukje vlees voorgezet krijg dan eet ik dat beleefd op en ga ik niet lopen miepen of het wel bio is. Ik vind zulk gezeur gewoon onfatsoenlijk, en onfatsoen is er al veel te veel tegenwoordig. 

Dat soort dingen dus. Bij deze dus 5 vuistregels om duurzamer te eten.

1: Koop geen kiloknallers

Dit is natuurlijk het intrappen van een open deur, maar toch: koop geen kiloknallers. Een kilo kipfilet voor 5 euro?  Een doos vol ‘scharrel’-eieren voor weinig? Budgetmelk in grote plastic flessen, of kaas voor 5 euro per kilo? Laat ze staan. Met dat soort aankopen ondersteun je het veel-voor-weinig productiemodel, dat letterlijk alles ondergeschikt maakt aan een lagere prijs. Een model waarin boeren hun spullen structureel onder de kostprijs verkopen. De grootste klap die je kunt maken op het gebied van duurzaamheid is het laten staan van zulke “aanbiedingen”.

Maar maar maar… (hoor ik sommige lezers al roepen): dat kan ik niet betalen hoor, als ik duurder eten koop kom ik niet rond. Kijk. Ik kan niet in jouw portemonnee kijken, en dat wil ik ook helemaal niet. Maar ik spreek soms mensen die geen geld zeggen te hebben voor beter eten – maar die wel roken. Frisdrank kopen. Gaan skieën, of een flatscreen-TV in huis hebben van een meter doorsnee. Tsja. Kwestie van prioriteiten, dat is jouw keuze. Maar loop dan geen excuses te verzinnen. En voor iedereen die wèl een prioriteit wil maken van beter eten: misschien vind je een paar bruikbare tips in mijn e-bookje Betaalbaar bio in 6 stappen. Cadeautje! 

cover

2: Eet minder vlees

Dit geldt eigenlijk voor de meeste mensen wel. Als je vaker dan 2-3x per week vlees eet: doe eens een extra vega-dag. Al was het maar om beter te leren koken zonder vlees, dat vraagt namelijk simpelweg oefening. Goeie tips vind je in dit artikel uit NRC: Vleesloos de week door (en ribeye op zondag). En leer vooral ook zelf vega(n)-burgers maken: dat is niet alleen een fantastische manier om peulvruchten in je weigerachtige huisgenoten te krijgen (kuch), maar ook weer een extra methode om kliekjes op te maken. 

Eet minder vaak vaak vlees, maar ook: een kleinere hoeveelheid. Eet geen “stuk vlees” maar voeg een kleine portie vlees toe aan een gerecht dat vooral heel veel groente bevat. Vul je stoofpot aan met veel wortel- en knolgroenten, doe gemalen peulvruchten in je gehaktbal of burger, vervang een deel van het vlees in een gerecht door paddenstoelen, noten of tempeh. 

3: Kook zelf, mijd kant-en-klaar en pakjes&zakjes

Wat denk je, die “scharrel”-eieren in je mayonaise, of de ham op je kant-en-klaar pizza: zou de fabriek erg hebben gelet op duurzaamheid bij het inkopen van de ingrediënten? Ik geloof er niks van. Al die claims over “ambachtelijk”, “naar oma’s recept” en “met natuurlijke ingrediënten” zijn holle frasen: lees de columns van Teun van der Keuken in de Volkskrant. Producten uit de grootschalige voedingsindustrie worden zo goedkoop mogelijk geproduceerd, want moeten zoveel mogelijk winst opleveren. Is dat erg? Nou, als je duurzame productie en een fatsoenlijke prijs voor boeren belangrijk vindt dan is dat erg, ja. Kant-en-klaar = kiloknallers. Over het algemeen. 

4: Eet uit de buurt

Gooi je boodschappenpatroon om. Ga weg van de supermarkt, koop het grootste deel van je voedsel bij boeren uit de buurt. Neem een groentepakket, doe mee aan een voedselcollectief, wordt klant bij een streekkruidenier. Hier vind je een lijst van initiatieven. 

En die gestudeerde types die zeggen dat lokaal niet beter is? Die denken niet door. Sorry. Die doen alsof er geen verschil is tussen vollegrondstomaten die in de zomer in onverwarmde kas groeien op een boerderij bij jou in de buurt, en industrie-tomaten die geteeld worden op glaswol-met-kunstmest in een high-tech kas die verwarmd wordt met gesubsidieerd gas. Uit de buurt (en dus van het seizoen) is echt duurzamer. Dat is fatsoenlijk doorgerekend door mensen die er verstand van hebben. En dat betekent niet dat je het hele jaar stamppot moet eten. 

5: Geniet

Ha, die zag je niet aankomen hé 😉 

Maar toch is het zo. Duurzaam geproduceerd eten is vaak ook nog eens een keer stukken lekkerder. En dat kan ik niet uitleggen, dat moet je leren proeven. Ontwen de vlakke smaken van industrie-eten, en leer echt voedsel waarderen. Omfietswortels. Superverse raapsteeltjes. Eieren van écht scharrelende kippen met onwaarschijnlijk gele dooiers. Melk van koeien met hoorns die in een natuurgebied grazen. En als je dat soort smaken eenmaal gewend bent, dan wordt het allemaal stukken makkelijker. Dan is duurzamer eten geen moeten meer (want beter-voor-de-planeet) maar willen. Omdat het stukken aanlokkelijker is dan het alternatief. 

En die doodenkele keer dat je dan toch zin hebt in pizza? Geniet daar dan ook van! 

Saag met dhal en 6 andere ideeën met raapsteeltjes

Een van de fijnste dingen aan meeëten met de seizoenen vind ik dat er zoveel meer te genieten valt.  Aardbeien? Asperges? Ja, heerlijk! Maar als je vooral seizoensgroenten eet heb je die momenten tig keer per jaar. De eerste boontjes in de zomer. Het moment dat de peterselie eindelijk hard genoeg groeit om ervan te kunnen plukken. De eerste kersen, peren, pompoenen. In de zomer courgettes, aubergines en de overvloed aan tomaten.  En nu, zo half maart: het moment dat er weer raapsteeltjes zijn. Een prachtige bos heldergroene blaadjes die me vertelt dat de lente er nu echt, echt, echt aankomt. Hoera! 

raapsteeltjes

Raapsteeltjes zijn nabije familie van de koolraap, meiraap, knolraap en Chinese kool. De jonge blaadjes smaken vrij zacht, niet dat scherpe dat rauwe kool wel kan hebben, en ze zijn heerlijk knapperig. Idealiter koop je ze met de worteltjes er nog aan. Als je ze dan in een glas water bewaart blijven ze in de koelkast een aantal dagen vers.  

Hoe eet je raapsteeltjes? Ik eet ze zo, uit de hand: de bos raapsteeltjes is net zo min veilig voor me als het schaaltje paaseitjes. Maar je kunt er natuurlijk ook mee koken. 

1. Slaatje met raapsteeltjes

Natuurlijk mag salade met raapsteeltjes niet ontbreken in dit lijstje. Raapsteeltjes gaan goed samen met stevige smaken, en zijn lekker in een salade die je oppept met bijvoorbeeld olijven, pittige kaas of vis. Hier vind je een aardig recept met ansjovis en eieren (fijn voor overgebleven paaseieren). Vooruit: nog een, met aardappel en broodsoldaatjes.  Ik maak salade meestal met wat ik maar in huis heb, in deze tijd van het jaar wordt dat bijvoorbeeld een combi met kiemgroente (daar schreef ik vorige week ook al over) , rauwe wortel & dito prei, en gerookte makreel. Beetje citroensap erover, wat zout en peper – klaar! Of combineer de raapsteeltjes met een kliekje koude ovengeroosterde pastinaak of pompoen. 

2. Raapstelenstamppot

Een klassieker. Ik schreef laatst al over stamppot met rauwe postelein, en ook raapsteeltjes zijn verrukkelijk in de stamppot. Basisversie: maak puree, en schep er de gewassen en fijngesneden rauwe raapstelen door, zoveel als je lekker vindt. Eet met spekjes, nootjes en/of kaas. Hier staat een recept. 

Als je minder aardappels wilt gebruiken kun je natuurlijk de puree ook maken van andere wortel- en knolgroenten. Wortel, pastinaak, koolraap – gaat prima. Hier een recept voor raapstelenstamppot met knolselderij. Alleen, let op: in dit recept wordt de knolselderij met een staafmixer gepureerd. Dat kan prima, maar dan moet je de aardappels en de knolselderij apart koken. Als je namelijk aardappels pureert met een staafmixer dan gebeurt er iets naars met het aardappelzetmeel en krijg je een soort behangplaksel. Ik zou gewoon de stamppotstamper pakken. 

Ik vond ook nog een aardig recept met voor stamppot-raapsteeltjes met witte bonen, wortel, citroen en sardientjes. Ik heb ‘m nog niet gemaakt, maar dat ga ik binnenkort wel doen.

Even over melk en melkvervangers: recepten voor stamppotjes zijn vaak met melk. En dat is prima, en lekker. Maar als je nou geen melk lust, wilt of verdraagt (of als hij gewoon op is) dan hoef je niet per se naar de plantaardige melkvervangers te grijpen. Gebruik gewoon een scheutje kookvocht. Gaat prima, en een deel van de vitamines die tijdens het koken zijn verhuisd van de groente naar je eten komt toch weer in je maaltijd terecht. Win-win! 

3. Snel raapstelenroerbakje

Supersnel en heel lekker is het om de raapstelen te roerbakken (in een koekenpan, of in de wok), bijvoorbeeld met knoflook en wat chiliflakes. Breng op smaak met zout en een drupje citroensap.

Gebruik wat meer boter, en schep een ei door de raapstelen en je hebt lunch: roerei met raapstelen. 

4. Raapsteeltjes met pasta

Ook lekker: die geroerbakte raapsteeltjes met een extra lik pesto door de pasta scheppen. Recept van Koken met Karin. Of je maakt pesto van de raapsteeltjes (recept van Michiel Bussink) en laat het roerbakken zitten. Ik zou dat zelf combineren met een salade (en misschien een stukje vlees of vis). 

5. Raapsteeltjesquiche

En als we dan toch bij Michiel Bussink zijn: hij schreef voor consumindertijdschrift Genoeg ook een fijn recept voor pittige linzenquiche met spinazie en raapstelen (even doorscrollen naar beneden). Want alles kan in de quiche, dus ook raapsteeltjes. Als je raapsteeltjes en ander groen gebladerte in je quiche doet moet je ze van tevoren wel even garen (roerbakken, stoven, etc.). Rauw blad bevat ontzettend veel water, dat wil je kwijt voor het de taart ingaat want anders wordt je deeg te nat en niet gaar. Lees hier hoe je zelf een quiche bij elkaar verzint. 

6. Gestoofde raapstelen

En als je nou helemaal trendy wilt zijn doe je wat je oma deed en kook je de groente helemaal dood. Echt waar, lees maar: hier bijvoorbeeld en dit ronduit lyrische verhaal van Janneke Vreugdenhil in NRC. Niet in een plens water, maar anderhalf, twee uur of langer in een gietijzeren pan op een lage temperatuur in de oven (120 graden, zoiets). Vet en smaakgevers erbij (ansjovis, knoflook, chili etc.), en wachten maar. Ideaal eten voor in het weekend of voor thuiswerkende ZZP-ers, de plantaardige variant van stoofvlees. En maak dan vooral extra, want wat er over is is natuurlijk goddelijk in een quiche, omelet, of op een boterham. Ja, echt. Gare groenten op brood zijn da bomb hier in huis. Nou ja, bij mij. De huisgenoten zijn nog niet helemaal overtuigd 😉

groene blaadjes op brood

Overigens: een half uurtje á drie kwartier op het fornuis doet ook al wonderen. Dat deed ik voor de saag (zie hieronder) met uiterst tevredenstemmende resultaten. En ik ben heel benieuwd of dit ook zou werken in een hooikist, dan is er minimaal gas of elektra nodig. 

6. Indiase raapstelen: mijn draai aan sarson ka saag

Saag is een gerecht uit India, specifiek uit de Punjab, een provincie in het noorden. Het is in basis een gekruide puree van bladgroenten en uien. Die maak je ook prima met raapsteeltjes (sarson ka saag). Ik schreef er een apart stukje over, waarmee ik de nieuwe serie blogjes “koken met concepten” aftrap. Hier lees je meer over saag, en hier vind je wat uitleg over koken met concepten. Wij aten ‘m met dhal (linzenpuree) en rijst. Dat was best fijn. 

sarson ka saag van raapsteeltjes

 

 

 

Saag als concept – Indiase stoof van bladgroente

Wat is koken met concepten? Klik hier! 

Saag is een gerecht uit India, specifiek uit de Punjab, een provincie in het noorden. Het is in basis een gekruide puree van bladgroenten en uien die gebonden wordt met zetmeel. Spinazie kan er in, of broccoli, en traditioneel wordt het gemaakt van mosterdblad, een andere bladgroente uit de koolfamilie. Dat heb ik nog nergens te koop te zien, maar het is heel makkelijk te verbouwen in de moestuin en juist erg geschikt voor de periode buiten de zomermaanden. Klik hier voor moestuininfo.

Wikipedia geeft ook nog verschillende andere spannende saag-varianten: met pompoenblad, amaranth, klimmende spinazie (Basella Alba), fenegriekblad en verschillende eetbare waterplanten. Dat brengt mij dan tot de conclusie dat je saag ook prima zou moeten kunnen maken van wilde inheemse planten als brandneteltoppen, melganzevoet of look-zonder-look, of gewoon snijbiet of andijvie uit de moestuin. Ik maakte het eerder al eens met boerenkool

saag aloo van boerenkool en knoldelderij

Saag kun je eten met paneer (of panir), verse Indiase kaas. Dan heet het meestal saag paneer, of palak paneer. Panir kun je kopen, of zelf maken. Met gestoofd vlees, lamsvlees vaak, onder de naam saag ghost (bekend van de afhaal). Met aardappel: saag aloo. En die aardappel kun je weer vervangen door andere knolgroente, zie nogmaals het recept voor saag met boerenkool. Wij aten ‘m deze week met dahl, linzenpasta. Dat is ook fijn. 

Hieronder zie je saag van raapsteeltjes, maar met een niet-traditionele twist. Als je saag opzoekt zie je vooral foto’s van gladde groene puree. Die wordt gemaakt door eerst het blad helemaal gaar te koken in weinig water, en die moes vervolgens toe te voegen aan het ui en specerijen-mengsel. Ik ben niet dol op puree, en laat dus de tussenstap weg. Ik doe de rauwe grofgesneden blaadjes direct bij de bij de ui, laat het geheel zachtjes stoven. Kijk, dit is ‘m. Niet bijzonder fotogeniek (kuch), wel lekker. sarson ka saag van raapstelen

Wat gaat er in? 

  • groene blaadjes, flink veel. Minimaal 350 gram per persoon voor een enkele maaltijd. Wassen, en snijden.
  • iets van vet. Boter of olie naar keuze. 
  • ui, in ringen  
  • knoflook, fijngehakt
  • gember (vers of poeder)
  • iets van hitte: chili, vers, gedroogd of als poeder. Of sambal, harissa, of currypaste. 
  • specerijen, in ieder geval één of meer van de onderstaande:
    • garam masala
    • gemalen komijn- en korianderzaad
    • kurkuma
  • iets van bloem, of meel, om te binden
  • zout

Hoe maak je het?

  1. Fruit de ui (in vetstof naar keuze) op een laag vuurtje in een zware pan (gietijzer rocks!) 
  2. Voeg de specerijen, de  knoflook en de gember toe. 
  3. Als de ui zacht en gaar is, voeg dan de groene blaadjes toe. Laat stoven tot ze zo ongeveer naar je zin zijn. Een half uur, drie kwartier, een uur – mag allemaal.
  4. Proef, breng op smaak met zout, peper en evt. extra specerijen. Bindt het vrijgekomen vocht met een schepje bloem tot een saus. Ik heb ook weleens per ongeluk meel gebruikt in plaats van bloem, en dat gaat ook. Laat nog even stoven tot een eventuele rauwe-bloemsmaak weg is. 

Eet smakelijk! 

Voedingscentrum vergeet de essentie: kook lekker zelf

Update 24/3: ik kreeg een heldere reactie van het Voedingscentrum (zie onder): pakjes & zakjes en kant-en-klaar vallen niet in de schijf, zijn met andere woorden geen gezond voedsel. Dit is een ommezwaai van jewelste, een duidelijke lijn waar mensen echt wat mee kunnen. Weg van de vage vinkjes, een heldere keuze voor echt koken. Complimenten voor het Voedingscentrum. 
—–
 
Ik doe niet aan gedetailleerde meningen over voeding en gezondheid, want daar heb ik niet voor doorgeleerd en er wordt al genoeg gebazeld tegenwoordig. Ik laat het bij het advies van Michael Pollan: “Eat food. Not too much. Mostly plants.” Eet eten. Eet geen dingen die op eten lijken maar het niet zijn. Eet niet te veel, en vooral plantaardig. Kook zelf. Prima advies, hartstikke bruikbaar. 
 
Maar ja. Gisteren kwam de nieuwe Schijf van vijf van het Voedingscentrum uit. Inmiddels heeft zo goed als heel eetschrijvend Nederland er al iets over geroepen. Meer groente (goed!). Minder vlees (goed!). Geen bewerkt vlees (goed!). Geen volle melk (huh? De Gezondsheidsraad zei toch iets anders daarover?), geen roomboter, wel margarine (ehm… tsja. Dat ga ik niet doen. Sorry. Ik vind margarine geen eten. En vies.)
Schijf-van-Vijf-klein
 
Maar wat ik nou zo gek vond: er staat dus in die hele schijf niks over “gewoon” fabrieksvoedsel. We lezen wel over mayonaise & ketchup, bitterballen, koekjes en gebaksmomenten, pizza en hamburgers. Die zijn sterk bewerkt, bevatten te veel zout, suiker en/of vet, dus liever niet te vaak. Prima. En groente uit pot, feta en spinazie a la bloeb mogen om dezelfde reden ook al niet. Nou ja, ok. Het zal. 
 
Maar ik lees niks, geen woord, over ander fabriekseten dat veel mensen regelmatig eten. Producten die ze ervaren als voedsel, niet als snacks. Wat zou het Voedingscentrum vinden van de kant-en-klaar-maaltijden met belachelijke hoeveelheden zout en suiker? Pakjes&zakjes die vooral bestaan uit zout, vet & “natuurlijk aroma” ? Soep uit een zak, saus uit een pot? Via de nieuwe schijf van vijf kom je er niet achter… Is dat omdat ze het ok vinden? Of omdat mensen nou eenmaal zo eten, en het Voedingscentrum denkt dat daar niet op bij te sturen valt?
 
En het moeilijke is: als consument weet je vaak ook niet hoeveel zout ergens in zit. Soms staat het op de verpakking, maar vaak ook niet. Als ik eens zoiets eet vind ik het ontzettend zout (en tegelijk zoet, bleh). Maf hoor. Een heel instituut, met wetenschappers en communicatiespecialisten en bossen deskundigen, en het meest voor de hand liggende advies vergeten ze. Als je gezond wilt eten, en je zout- en suikerconsumptie in het oog wilt houden, laat het dan niet over aan de industrie maar kook lekker zelf. 
 
En overigens, ik mag er dan niet voor doorgeleerd hebben, ik léés natuurlijk wel eens iets over voeding en gezondheid. En het stuk wat mij vanochtend het meest beviel was van De Groene Vrouw. Niet voor het eerst. Tip. 

Agribeten? Ik heb heel reële zorgen, mevrouw Fresco

Agribeten met kapsones. Stedelijke foodies, ongeïnformeerd en onwetend, met simplistische ideeën over boeren. Onderbuikgevoel. Een romantisch en conservatief beeld van hoe het boerenleven zou moeten zijn. Professor Louise Fresco trok deze week stevig van leer in het Parool. Beelden doemen op van bakfietsfietsmoeders uit Amsterdam-Zuid die dagelijks hun groene smoothies en broodvrije lunchtrommeltjes Instagrammen. “Allemaal bio hoor!” Van kleidrinkende tarwegrasgoeroes en zelfvoldane vegetariërs die pleiten voor kalfjes bij de koe, en anderen de les lezen terwijl ze niet willen weten wat er vervolgens met die kalfjes gebeurt (daar schreef ik laatst al eens een stukje over).  Het interview werd dan ook met gegniffel en instemming ontvangen, en enthousiast gedeeld op social media. 

Ik was wat minder enthousiast. Wat stond er nou eigenlijk? Kort samengevat: mensen uit de stad hebben allemaal maar meningen over voedselproductie, en ze hebben er geen fluit verstand van. Dus (werd niet gezegd, maar wel geïmpliceerd) ze moeten hun mond houden. Grootschaligheid en high-tech voedselproductie zijn dé manier om te zorgen voor voedselveiligheid en voedselzekerheid, en wie iets anders vindt is een onrealistische romanticus. 

boodschappen (Small)

Lokaal voedsel

Voor wie wel eens wat gelezen heeft van Fresco komt dat laatste niet als een verrassing. Als voorzitter van de raad van bestuur van de Universiteit van Wageningen is ze bij uitstek een spreekbuis van de agro-industrie. Maar de toon is in dit stukje ongekend fel en respectloos. En dat doet zeer. Persoonlijk zeer, ik voel me aangesproken. Ik woon in een stad, weliswaar niet in Amsterdam, maar toch. Ik ben geen boer of landbouwdeskundige, en heb een kritische mening over voedsel. Bingokaartje vol, zeg maar. Nou is schelden in plaats van argumenteren jammer genoeg met de dag normaler aan het worden, maar van een professor mag toch iets meer beschaving worden verwacht. Vind ik. Maar misschien komt dat door mijn kapsones, dat zou kunnen. 

Wat wil die onwetende stadsbewoner?

Maar wat wil die onwetende stadsbewoner nou eigenlijk? Dat blijft een beetje onduidelijk in dit stukje. Fresco heeft het over tomaten van de boerenmarkt, over kleinschalige productie. Over minder plastic, en bezwaar tegen voorgesneden groente. Het milieu komt ook even langs, maar vooral als iets waarin de agro-industrie het beter doet dan de lokale boer. 

tomaten

Seizoenstomaten, uit de streek. Zomer 2015.

Tsja. Dat doet niet echt recht aan mijn zorgen. Die gaan over dingen als het grootschalig verdwijnen van bossen. De longen van de wereld, opslag van CO2, enzovoorts. In Azië, in Afrika, in Zuid-Amerika – overal worden bossen gekapt om plaats te maken voor landbouw. Cashcrops voor de wereldmarkt. Soja en mais voor veevoer & de voedingsindustrie, en biobrandstoffen worden schijnbaar ook steeds meer een ding. Die bedreigde bossen zijn ook de leefomgeving van uitstervende diersoorten. We zitten middenin een door de mens veroorzaakte grootschalige extinctiegolf: diersoorten verdwijnen in een tempo dat voor het laatst gezien is toen de dinosauriërs uitstierven. 

Ook maak ik me zorgen over pesticiden, herbiciden, en de rest aan gifstoffen in ons voedselsysteem. Het hele idee om je eten te besproeien met vergif voelt gewoon verkeerd. Typisch een argument van ongeïnformeerde stedelingen, maar hé, misschien zit er toch wel iets in. Mensen boeren al zo’n 10.000 jaar. Pesticide wordt pas op grote schaal gebruikt sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen de chemische fabrieken door de uitbrekende vrede ineens niks meer te doen hadden. Dus werden de gifgassen ingezet om insecten en schimmels te vermoorden in plaats van mensen – nieuw verdienmodel voor de veranderde omstandigheden. Diezelfde draai van oorlogs- naar agro-industrie werd ook toegepast in de explosievenfabrieken: sommigen schakelden overnight over op de productie van kunstmest. 

Silent Spring

Dat kwam van pas, want de heersende stemming toen was “dat nooit weer”. Nooit meer oorlog, nooit meer honger. En de chemische industrie leek daar met de bestrijdingsmiddelen en kunstmest een prachtige bijdrage aan te kunnen leveren: de productie schoot omhoog, het leek niet op te kunnen. De negatieve gevolgen werden na een paar jaar duidelijk. Rachel Carson schreef in 1962 in haar boek Silent Spring over lente zonder zingende vogels. Pesticiden bleken door te dringen in de voedselketen, de biodiversiteit nam in rap tempo af. Dat beseften ook de verantwoordelijk politici. De Nederlander Sicco Mansholt, die als Europees landbouwcommissaris een van de grondleggers was van deze Groene Revolutie, kreeg op het eind van zijn leven spijt. Hij riep in 1972 met een openbare brief op tot meer aandacht voor de ecologische balans. Er werd niet geluisterd, de trein denderde door – maar er ontstond in die periode wel een milieu-beweging. Ik kan me nog herinneren hoe spottend daarover gepraat werd in mijn jeugd, begin jaren tachtig. Idealistische wereldverbeteraars die geen idee hadden van hoe het er in de echte wereld aan toe ging. Oh wacht eens, dat zei Fresco deze week ook weer. Hmm… 

boerenkool en knolselderij op snijplank

Klimaatverandering, zelfmoord, top soil

Maar goed. Dan heb ik het nog niet eens over klimaatverandering gehad. Over de massale bijensterfte, en de gevolgen daarvan. Als je weet dat een flink deel van de planten die we eten bestoven worden door bijen zet dat Fresco’s uitspraken over voedselzekerheid in een iets ander licht. Of over boeren over de hele wereld die sinds ze voor de wereldmarkt produceren gebrek lijden, omdat de prijzen niet opwegen tegen de investering. Boer zijn is tegenwoordig een fikse risicofactor voor zelfmoord. Europese veehouders, Aziatische rijsttelers… de marges zijn overal minimaal of niet bestaand, terwijl de rest van de voedselproductieketen in handen is van een beperkt aantal multinationals die grof geld wordt verdienen.  

Ik heb het niet gehad over bodemuitputting, of over het dierenleed in de bio-industrie. Over de gigantische verspilling die in het systeem zit ingebakken. Over wat de uitspoeling van nutriënten uit kunstmest aanricht in de zeeën. Daar, verborgen onder water, gebeurt nu waar Rachel Carson over schreef. Stilte. Dode zones. Vandaag al. Ik heb het niet gehad over de afhankelijkheid van oprakende fossiele energie en andere eindige hulpbronnen, over levenloze bodems en het verdwijnen van de top soil, of dat het tegenwoordig meer calorieën kost om voedsel te produceren dan dat dat voedsel aan calorieën opbrengt. 

Ik wil dat mijn kinderen ook wat te eten hebben

Om al die zorgen weg te wuiven als simplistisch, en onwetend… dat vind ik nou arrogant. Heb vertrouwen in de agro-industrie, zegt Fresco, want die zorgt voor “volume, luxe, diversiteit en voedselveiligheid.” Maar ik wil niet alleen vandaag wat eten, ik wil ook graag dat mijn kinderen en mijn kleinkinderen wat te eten hebben. Water om te drinken, lucht om in te ademen. Een levende planeet om op te wonen. Voor mijn kinderen, en voor kinderen elders, nu én in de toekomst. Ik heb niet het idee dat de agro-industrie in dat opzicht nou echt goed bezig is. 

bietensoep

En het is niet alsof er geen antwoorden zijn. Boeren, biologisch én gangbaar,  land- en tuinbouwdeskundigen uit alle hoeken, maar ook activisten, koks, ondernemers en voedseltechnologen zijn op allerlei fronten knetterhard aan het werk om ons voedselsysteem te verduurzamen. Groente, tomaten en anderszins, uit hightech-systemen kunnen daar zomaar een onderdeel van zijn. Of voedselbossen, stadstuinen, teeltwisseling en andere methodes die zijn ontwikkeld in de biologische landbouw. Landherstellende begrazingKorte keten landbouw: lokaal leverende tuinderijen, bezorgdiensten van streekproducten, voedselcollectieven. Slimme vleesvervangers en andere duurzame eiwitbronnen, en – mijn eigen stokpaardje – een stijl van koken die vooral gebaseerd is op lokaal seizoensgebonden aanbod. De eet-het-hele-beest-filosofie van Nel Schellekens, en het mannenvlees van de Firma Melkmannen

Geen ruzie over dogma’s

Laten we vooral ook geen ruzie maken over dogma’s. Misschien kan ook selectief en voorzichtig gebruik van kunstmest een deel van het antwoord zijn, of zelfs heel gerichte inzet van bestrijdingsmiddelen en GMO’s. Ik heb daar zelf niet per se een goed gevoel bij, maar die discussie laat ik graag over aan de deskundigen. Zolang de kaders maar duidelijk zijn. In de woorden van Slow Food: good, clean en fair food. Een eerlijker heden, een leefbare toekomst.

“Boeren produceren niet alleen vlees en zuivel”, zei Matthijs Schouten laatst in de Rode Hoed, “maar ook een landschap en biodiversiteit.” Laat ze dat dan doen. Beter doen. En laten we ze helpen. Door de obstakels eerlijk onder ogen te zien en waar mogelijk uit de weg te ruimen: vrijhandelsverdragen en andere wal-in-de-sloot-regelgeving, de doorgeslagen neo-liberale ideologie. Machtsconcentratie bij de supermarkten en andere multinationals. De legale bedriegerij in de voedingsindustrie, en inderdaad: gebrek aan kennis onder burgers en politici. “Smaak- en boerderijlessen op scholen”, om met Fresco te spreken, en zeker ook meer kennis bij de burger van de rest van het systeem. Kookles voor iedereen! Laten we vooral weer echt gaan koken. Omdat het gaat over de toekomst van de planeet.

Maar, mevrouw Fresco, als het niet gaat over koetjes, kalfjes en tomaten van de boerenmarkt, maar als gaat over de toekomst van de planeet, dan hebben wij stadsmensen dus ook recht op een mening. En op gehoor, en respect. Als mens, als aardbewoner. Agribeet of niet.