Waxy wattes? Even over chocoladevla. Met recept!

Stadsgenoot Gouden Pompoen bezorgservice schreef in zijn nieuwsbrief deze week over chocoladevla. Blijkbaar zit daar een niet-biologisch ingrediënt in: “waxy maiszetmeel” – volgens Wikipedia een goedje dat “bij het bewaren minder last heeft van opdikken”. Wat dat dan ook mag betekenen. Verder zit er (naast melk, suiker, cacao en “gewone” maïszetmeel) ook nog carageen in de vla, een bindmiddel. En zout. Zout? In de vla? 

Is dat erg, vla maken met drie verschillende bindmiddelen en zout? Ik zou het je niet kunnen zeggen. Wat ik wel weet: het kan ook anders. Vla is namelijk hartstikke simpel zelf te maken. (Tekst gaat verder onder het plaatje.)

Wat is vla? 

Vla is gebonden melk, met een smaakje. Er gaat dus melk in, iets om te binden, een smaakmaker, en meestal ook iets van zoet. Stappenplan:

  • melk verwarmen
  • bindmiddel erbij wanneer de melk tegen de kook aan zit
  • al kloppend doorwarmen tot de melk dikker wordt
  • smaakmaker erbij, en naar smaak zoeten
  • laten afkoelen

That’s it – in grote lijnen. Tien minuten werk. Max. (Plus afkoeltijd natuurlijk. Maar dan kun je wat anders gaan doen.)

Over de ingrediënten

Melk dus. Ik gebruik meestal koemelk, maar plantaardige melk gaat ook prima. En wat ook lekker is: half melk, half fruitmoes. Dan krijg je fruitvla. 

Dan het bindmiddel: per halve liter melk pakweg 30 gram rijstmeel (= ongeveer drie eetlepels). Rijstmeel proef je niet, het bindt goed en laat zich zonder klonteren door de melk kloppen- maar in principe kun je iedere soort meel of bloem gebruiken om vla te maken. Mijn antieke huishoudschoolkookboek stelt maizena voor, 25 gram per halve liter melk. Dat moet je wel even met koude vloeistof tot een papje roeren voordat het bij de warme melk gaat, want maizena klontert snel als het warm wordt.

De precieze hoeveelheid bindmiddel is overigens naar eigen inzicht. Hou je van dikkere vla (richting pudding) dan gebruik je wat meer, wil je dunnere vla, dan gebruik je wat minder. 

Dan de smaakmaker. Chocolade dus, in dit geval. In welke vorm dan ook – als ik het in huis heb kies ik liever voor stukjes (pure) chocola (gewoon van een reep dus) dan voor cacaopoeder. Gebruik zoveel als je zelf lekker vindt, dat is een kwestie van doorroeren en proeven. Cacaopoeder: zo ongeveer 25 gram per halve liter melk. De poeder even omroeren met een beetje melk gaat klontjes tegen (en je zou ook nog eerst chocolademelk kunnen maken en die daarna kunnen binden).

Het leuke is dat je allerlei soorten smaakjes kunt gebruiken. Kookvriendinnetje Kim van Feed your roots (even ongegeneerd reclame maken hoor: als je biologische cateraar zoekt in de omgeving van Soest moet je bij haar zijn!) leerde me sinaasappel- en hazelnotenvla maken. Zelf maakte ik laatst een vlierbessenvla met vlierbessensiroop en specerijen, en die simpele chocoladevla kun je spannender maken met gembersiroop (en stukjes stemgember), sinaasappelrasp of amaretto met verkruimelde bitterkoekjes. 

Dan het zoet: gebruik vooral jouw favoriete zoetstof. Het grote voordeel van witte suiker vind ik dat geen extra smaakjes toevoegt, anders dan bijvoorbeeld honing, ahornsiroop ed. Hoewel dat smaakje juist ook weer een voordeel kan zijn natuurlijk. Hoeveelheid alweer naar smaak – proeven dus! Als je stukjes chocola gebruikt als smaakmaker (of siroop, likeur en dergelijke) hoeft er meestal weinig tot geen extra suiker bij. Mijn huishoudschoolkookboek vindt dat er 60 gram suiker bij mag (op 25 gram cacao, en een halve liter melk) – maar dat lijkt me wat veel. Ik weeg niet, ik proef: the proof of the pudding is in the eating

PS Helemaal gladde vla maken is best een kunstje: er blijven altijd wel wat klontjes. Ik vind dat zelf niet erg, maar als je gruwelt van klontjes kun je de vla ook gewoon even zeven. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *