Waardebepaling achteraf – wat, hoe en waarom

Ik krijg geregeld de vraag waarom ik werk met waardebepaling achteraf (WBA). Het roept verwarring op: “Maar wat kost het nou? Hoeveel moet ik dan geven?” En soms ook verzet: “Ik wil helemaal niet zelf een prijs bepalen, dat is jouw taak.”

euro_banknotesMet dat laatste had mijn gesprekspartner wel een punt: we zijn in het dagelijks economisch verkeer gewend dat de verkoper de prijs vaststelt. De gemiddelde burger in Nederland, die zijn aankopen doet in winkels, die is niet gewend om te onderhandelen. Maar staat diezelfde gemiddelde burger op Koningsdag op de vrijmarkt, bij de garage voor een nieuwe auto, of op een bazaar in een warm vakantieland, dan zijn prijzen ineens wèl bespreekbaar. Ook vinden we het heel gewoon om te onderhandelen over huizenprijzen, salarissen of over de tarieven van de schilder of klusjesman. Kortom, er is meer dan vaste prijzen…

Waardebepaling achteraf is géén onderhandelingsproces

Onderhandelen betekent meestal dat we allebei het onderste uit de kan proberen te halen. Jij wil zo min mogelijk betalen, ik wil zoveel mogelijk ontvangen. Dat is een beeld van het economisch verkeer dat gebaseerd is op wantrouwen en een win-verlies-denkmodel. Maar dat hoeft niet zo te zijn, dat is geen natuurwet of zo. Het kan ook anders.

Ik ben wat tegenwoordig op social media sarcastisch een “gutmensch” heet – een onversneden idealist. En ik schaam me daar niet voor: ik geloof oprecht dat een betere wereld mogelijk is. Mooier, gezonder, rechtvaardiger. En ik geloof ook dat de beste manier om dat te bereiken is om te handelen alsof die wereld er al is. Nu. Hier. Vandaag. 

En dat betekent onder andere dat ik economische transacties wil bekijken als een gelijkwaardige uitwisseling. Ik doe iets voor jou (een cursus of lezing, cateringklus, kookdemonstratie, enzovoorts) – en jij geeft daar iets voor terug dat maakt dat we met een tevreden gevoel afscheid nemen. Meestal in de vorm van geld: mijn leveranciers en de verzekering doen het ook niet voor dank en kusjes. Geld is een uitermate praktisch ruilmiddel dat het mogelijk maakt om dingen te vergelijken. De hoogte van het bedrag is afhankelijk van allerlei factoren, die te maken hebben met mij, met jou, en met de markt: 

  • mijn kosten
  • de bestede tijd
  • de gangbare prijs voor vergelijkbare goederen of diensten
  • hoe tevreden jij bent met het geleverde
  • jouw besteedbaar inkomen 

Waardebepaling achteraf in de praktijk

Voor de cursussen bepaal ik zelf de kaders. Dat betekent dat ik een bepaald bedrag aan inschrijfgeld reken, om er zeker van te zijn dat je daadwerkelijk meedoet en om de kosten van de voorbereiding, zaalhuur e.d. te kunnen dekken. Dat inschrijfgeld is ook een ondergrens die het voor mijzelf hanteerbaar maakt. Experimenteren met WBA is spannend, voelt zowel praktisch als mentaal heel kwetsbaar. Omdat het nog vrij onbekend is gaat het soms ook mis, waarbij er een mismatch blijkt tussen mijn verwachtingen en die van jou. Die vraagt dan weer om heldere communicatie en openheid, en dat vind ik ook zelf nog best ingewikkeld…

Concreet werkt het als volgt: na afloop van de cursus bepaal je zelf de waarde van het geheel. Je betaalt dan de laatste bijeenkomst een bedrag in cash, of maakt het achteraf over. Indien gewenst maak ik dan een factuur voor het betaalde bedrag. Om tegemoet te komen aan de mensen die hier echt heel ongelukkig van worden is er ook de mogelijkheid om bij aanmelding al een vastgestelde standaardprijs te betalen. 

Voor kookopdrachten en catering is het een kwestie van overleggen. Diensten ruilen is zeker een optie: zo kookte ik deze week nog in ruil voor meditatielessen. Vaak komen we toch uit op een vooraf afgesproken prijs – hoewel meer betalen natuurlijk altijd mag als je erg tevreden bent 😉  Dit moet ook nog een beetje op z’n plek vallen allemaal – maar vooralsnog ben ik er wel blij mee. 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *